Werkkampen: de voorportalen van ‘Westerbork’

Muziek in het werkkamp bij Tiendeveen. werkkampen.nl B. Vogel

Een zwaar onderbelicht onderdeel van de Jodenvervolging krijgt in de Nieuwe Drentse Volksalmanak 2020 alsnog aandacht. Het gaat om de tientallen werkkampen, die hebben gediend als voorportalen voor doorgangskamp Westerbork.

Van de veertig werkkampen waren er in Drenthe veertien: kampen die voor de oorlog waren opgezet om werklozen en ‘onmaatschappelijken’ aan het werk te zetten, maar die door de nazi’s later vooral voor Joodse mannen werden gebruikt. Ze waren te vinden in onder meer Norg, Orvelte, Geesbrug, Diever, Mantinge, Vledder, Gijsselte, Stuifzand en Tiendeveen (Kremboong), maar ook bij Sellingerbeetse in Groningen.

Woeste grond ontginnen, bomen rooien, sloten graven, wegen aanleggen en andere zware arbeid lag te wachten in vooral de noordoostelijke provincies. De Nederlandse Heidemaatschappij regelde in veel gevallen de werkprojecten, het ministerie van sociale zaken de financiering. De Drentse kampen waren aanvankelijk bedoeld voor Amsterdamse werklozen, maar dat werd allengs breder.

Volgens onderzoeker Lion Tokkie hebben die werkkampen een cruciale rol gespeeld in de Jodenvervolging door de nazi’s. Ze begonnen als een volstrekt geaccepteerd onderdeel van de werkloosheidsbestrijding in de crisistijd voor de oorlog. Werklozen reisden dan ook zonder morren naar Drenthe. Want niet werken betekende geen geld en dus geen eten voor het gezin.

Handig instrument voor nazi’s

Dat gold ook voor de Joden die in de oorlog door de anti-Joodse maatregelen werkloos werden gemaakt. Het systeem van registratie dat voor die werkkampen werd opgezet is in de oorlog erg ‘handig’ gebleken om Joden op te pakken. Door hun uitkering werd heel precies bekend waar ze woonden en wie er bij hun gezin hoorden. De uitkering kregen ze namelijk niet zelf in handen, maar die werd zo mogelijk rechtstreeks aan het gezin uitgekeerd.

De dwangarbeiders in de werkkampen stonden in twee kaartenbakken geregistreerd en de Joodse ook nog eens bij de Joodse Raad en het ‘centraal bureau voor Joodse emigratie’ in Amsterdam. Vanaf december 1941 kregen die instanties opdracht Joodse werklozen te leveren voor de dan vanwege de vorst lege werkkampen. Op 8 januari 1942 werden in Amsterdam 1404 Joodse werklozen goedgekeurd voor het werk in de kampen, nota bene met instemming van de in februari door de bezetter ingestelde Joodse Raad, uit vrees voor ernstiger gevolgen. Het werd feitelijk het begin van de grootschalige deportatie van Joden naar de vernietigingskampen.

Rijksinspecteur E. J. Buiskool van de toenmalige Rijksdienst voor Werkverruiming schreef in zijn dagboek dat hij vreesde dat deze Rijksdienst zou ontaarden in een dienst voor het opbrengen van Joden. Het kwam uit.

Prikkeldraad

In de Nieuwe Drentse Volksalmanak doen Lion Tokkie en Guido Abuys uit de doeken hoe een en ander in zijn werk is gegaan met als resultaat dat kamp Westerbork tussen 3 en 5 oktober 1942 werd overspoeld met dwangarbeiders uit de werkkampen èn hun gezinsleden. De kampen waren al omheind met prikkeldraad waardoor de Grüne Polizei ze eenvoudig konden omsingelen en de dwangarbeiders konden afvoeren.

In een paar dagen tijd zijn op die manier alle kampen leeggehaald en daarmee eindigde ook de geschiedenis van deze werkkampen. De gezinsleden zijn in diezelfde periode tijdens razzia’s uit hun huizen gehaald en eveneens naar Westerbork gestuurd. Tokkie schat dat er zo’n 6000 dwangarbeiders via Westerbork naar de vernietigingskampen zijn gestuurd en nooit zijn teruggekomen. Wat er bewaard is zijn talloze brieven en kaarten van mensen die in die kampen aan het werk zijn gezet. Daaruit blijkt dat veel van hen wel wisten dat Westerbork niet veel goeds betekende.

De Nieuwe Drentse Volksalmanak 2020 is de 137ste. Het is een themanummer geworden over de Tweede Wereldoorlog met onder meer aandacht voor de totstandkoming van Herinneringscentrum Kamp Westerbork, vondsten uit de oorlog, psychiatrische inrichting Dennenoord in Zuidlaren gedurende de oorlogsjaren en de fotografie in oorlogstijd. Het is een uitgave van de stichting Nieuwe Drentse Volksalmanak in samenwerking met Koninklijke Van Gorcum.

menu