Een piepkleine spin hangt aan de koffiezetmachine, boven de plek waar het kopje staat. ,,Hé, bradda ’’, mompel ik, haal een vinger door zijn draad en geleid hem al hangend naar het raamkozijn. ,,Daar is jouw hood ’’, zeg ik en druk op ‘espresso’.

Driftig gezoem klinkt bij mijn oor als ik zit te ontbijten. Klinkt als een ‘neefje’. Het is dik vier dagen nadat mijn vrouw constateert dat ‘ze’ er weer zijn: de muggen. Viel mij ook op, ja. Al bestaat ‘de mug’ niet. Wat wij bedoelen is de huisvlieg, een van de 120 families van een onderorde van de tweevleugeligen.

En inderdaad: een dikke week nadat heel Nederland de schaatsen onderbindt en een klein deel ervan nog in het gips zit en er hier en daar zelfs nog ijs in de slootjes ligt, is het gewoon voorjaar.

De vogels zingen, eten van de nootjes en pinda’s die we neer hebben gehangen omdat het zo hard vroor en de wereld bedekt was met sneeuw en ze nestelen zich in de kastjes. De katten rennen door het gras en liggen te soezen op de vlonder en de spinnen en muggen melden zich en nemen bezit van slaapkamer, woonkamer en keuken.

Toegegeven, ik hoef geen spin in de koffie en geen neefje in het oor, maar zoals wel vaker, eigenlijk altijd, is het fijn om te weten dat de natuur zich opmaakt voor een nieuwe lente.

In het verlengde begin ik weer te fietsen en kijk ik naar hardloopschoenen.

Het is half elf , ik lig op bed, als ik de oudste in de gang hoor vragen: ,,Wil je een heel grote spin zien?’’ Waarna een stofzuiger klinkt.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Meningen