De een is roze, de ander wit. Crème eigenlijk. Ze staan ieder voorjaar tegelijk in bloei. Een fraai schouwspel in wat mijn vrouw noemt ‘de mooiste tijd van het jaar’.

We hadden het eerst nooit zo door, dat die bomen zo mooi waren. Met kleine kinderen kwamen we nergens aan toe, aangezien de dag opging aan verzorgen, vermaken, groenten geven aan mensen die snoep wilden en vragen beantwoorden (’waarom heb jij daar haar?’), dus kijken, laat staan genieten van de wereld om ons heen schoot er de eerste vijftien jaar zeg maar bij in.

Edoch: kinderen worden groter en sinds een jaar of twee zien we pas goed wat er in onze tuin groeit en bloeit. Zoals die twee bomen.

De roze heeft een rechte dunne stam en een takkendek in de vorm van een bol. Door mij geknipt, op een lange ladder, door mijn vrouw vastgehouden, terwijl ze voortdurend vroeg: ,,Kijk je uit?’’

,,Ik sta vier meter hoog met allebei de handen om een takkenschaar. Al zou ik willen, veel gevaarlijker wordt het niet.’’

De witte/crème bestaat uit twee stammen die uit elkaar groeien, met een breed uitwaaierend takkendek. Daar doen we niks aan.

We zaten zondag buiten, in het ene uurtje dat de zon scheen en mijn vrouw merkte ook deze keer op: ,,Prachtig niet, die kleuren? Mooiste tijd van het jaar, dit.’’

,,Ja, al weet ik eigenlijk nog niet wat voor bomen het zijn’’, bekende ik.

,,De roze is een appelboom waar nooit appels aan komen, maar die witte weet ik niet. Zal denk ik ook wel iets zijn.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Columns