Rosa Timmer.

Column Rosa Timmer: 84

Rosa Timmer.


Precies doormidden dan maar. Vriend H. en ik kijken naar de sterk geurende plak cake die voor ons ligt en voelen ons weer zestien. Spacecake. Want het is Hemelvaart, 25 graden en er is niks anders te doen dan zelf ook maar naar de hemel te varen.

We hebben ons goed voorbereid. Met een kleedje en een tas vol snacks komen we aan in het Noorderplantsoen.
,,Die vallende blaadjes, die zien er wel heel schilderbaar uit’’, begint H. na een uurtje te filosoferen. Zijn gezicht staat op standje serieus, maar hij vindt het gelukkig niet erg dat ik overal maar dan ook óveral om moet lachen. En ik moet vreten. Al-les wat in de tas zit gaat door mijn handen. Guacamole: ‘Héérlijk’, zure snoepjes: ‘Nog nooit zoiets lekkers gehad’, wortels: ‘Ik kan dit de hele week wel eten!’ Aan mijn honger en lachbuien lijkt geen einde te komen.

Tot H. zegt dat ie een stem hoort, door een megafoon. Ik moet lachen, ik hoor helemaal niks. Sterke cake, denk ik nog. Tot plots een politiewagen langsrijdt en er een man door een megafoon begint te praten. ,,Het is te vol in het plantsoen, u wordt gevraagd te vertrekken.’’

Ik probeer mijn benen te bewegen, maar kan alleen maar lachen. H. filosofeert ondertussen of dit allemaal wel echt is, of dat we gewoon kunnen blijven zitten. Hij overweegt nog om met een agent in gesprek te gaan, maar ik kan hem net tegenhouden.

Om ons heen beginnen mensen werkelijk in te pakken. We proberen op te staan met lood aan onze benen. We zwalken erover. Op het hoogtepunt van onze high, moeten wij ineens een kilometer gaan lopen. Gierend van de lach schuifelen we richting een gebouw waar Kapsalon Alexia op staat. Telkens als we opkijken, lijkt het pand verder weg in plaats van dichterbij. Alsof we niet op een stoep maar op een loopband staan.

De volgende ochtend word ik wakker met een lege snacktas naast mijn bed en voel ik me geen zestien meer. 84 komt meer in de buurt. Ook mooi.

menu