Een stad voelt anders als je er eens verliefd bent geweest. Assen was altijd mijn werkstad en niets meer dan dat. Een broodje kopen, even staren naar het desolate Koopmansplein en weer terug naar kantoor.

Tot er iemand bleek te wonen die van de stad ineens magische plek maakte. Op de stappenteller van die tijd zie ik dat mijn dagelijkse ommetjes halve marathons werden, waarbij mijn voeten de straat nauwelijks leken te raken. Ik leerde elke stoeptegel, bankje en muurtje op een andere manier kennen. Overal waar ik met haar was geweest of zelfs maar aan haar had gedacht, ging het wat betekenen.

Nu de boel weer een beetje open is, moet ik af en toe terug naar Assen voor mijn werk. En voel ik nog steeds: de stad lijkt onverkwikkelijk veranderd. Ik ken elk café, winkel en grasveld alleen van ‘die tijd’, omdat er door corona geen nieuwe herinneringen zijn gemaakt.

In Groningen, mijn thuisbasis, heb ik dat altijd anders aangepakt. Als het uit was met iemand, deed ik iets wat ik ‘ontsmetten’ noemde. Zo snel mogelijk nieuwe herinneringen maken op de plekken die bijzonder waren. Want de stad waarin je woont moet wel begaanbaar blijven.

Al ben ik in staat een hele wijk jaren te vermijden omdat ik er ooit één slechte date had, maar dat is meer uit veiligheidsoverwegingen. Het heerschap stuurde me destijds, toen ik net wegfietste van een gezellige date, een marteltekening met een naakte vrouw die ondersteboven aan een touw hing. Hij sloot af met een knipoog-emoji.

Heel wat andere plaatsen heb ik rap geneutraliseerd. Zo werd de romantische wandeling in natuurgebied Appelbergen overschreven door ravotten met de logeerhond en overgoot ik alle kroegen in de binnenstad met alcohol zodat ik met niet eens meer kon heugen wat ik er met wie had beleefd.

Het werkt. Met alle plekken. Op ééntje na dan. Als ik langs het stadhuis loop, kan ik niet anders dan denken aan toen ik daar hand in hand, in een witte zijden jurk de deur uitliep.

Het regende, maar we wisten toen nog niet hoe hard.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Columns