Foto Archief DvhN

Column Daniël Lohues: Sint Cecilia

Foto Archief DvhN

Laatst schuifelden we met een hele rij mondkapjes dragende bezoekers de kathedraal van Albi binnen. Al eeuwenlang komen mensen vanuit alle windstreken naar deze buitengewoon opmerkelijke plek. Met de bouw van dit godshuis werd in 1282 begonnen en in 1480 was het klaar.

Je weet niet wat je ziet. We denken vaak dat middeleeuwse kerken spierwit van binnen zijn. Maar dat witte is pas later in de mode gekomen. In de middeleeuwen waren veel kerken van binnen met bonte kleuren beschilderd. Deze joekel van een kerk is van binnen onvoorstelbaar uitbundig gekleurd. Allemaal mooie figuurtjes en versieringen in de meest fantastische kleurvariaties.

Wat dit gebouw ook bijzonder maakt, is de buitenkant. De kathedraal is volledig gebouwd van de beroemde, roodachtige baksteen die steden als Toulouse en Albi hun bijzondere uitstraling geeft.

Al jaren kom ik af en toe in dit bedehuis. Elke keer kijk ik mijn ogen uit. Deze keer ook weer. Er was die morgen een uitvaart geweest. De zo herkenbare geur van wierook hing er nog. Vol ontzag keek ik weer naar het orgel. Een gigant. Niet uit de middeleeuwen natuurlijk, maar uit de hoogtijdagen van de barok. Vanzelfsprekend moest er juist in deze kathedraal een gigantisch orgel staan. Het gebouw is gewijd aan de heilige sint Cecilia, de beschermheilige van de muziek, muziekmakers en de instrumentenbouwers.

Heilige Cecilia leefde rond 200 na Christus. Ze was een devoot christen, maar werd juist daarom opgepakt en gemarteld. Maar ze kregen haar niet dood. Tijdens het martelen bleef ze maar zingen ter ere van God. In een pan kokend water werd ze gezet. Ze zong maar door. Uit volle borst. Nog meer martelingen overleefde ze door maar door te zingen. Uiteindelijk stierf ze alsnog aan haar verwondingen. Later werd ze heilig verklaard.

In de kathedraal van Albi zijn in een mooi zijaltaar relikwieën van haar te zien. In een glazen buis, afgedekt met goud, is een menselijk bot te zien dat dus van deze heilige Cecilia geweest moet zijn. Gedurende de afgelopen eeuwen zijn ontelbare mensen naar hier gekomen om Cecilia te eren.

Ik heb er ook wel eens een kaarsje aangestoken. En laatst dus weer. Maakt me niet uit of mensen het bijgeloof en onzin vinden. Ik stak een kaars bij Cecilia aan voor de muziek. Uit dankbaarheid. Maar ook omdat de muziek het nodig heeft nu. Dat het maar snel weer allemaal normaal mag worden om met z’n allen uit volle borst met elkaar te zingen. Dat er maar snel een vaccin gevonden mag worden waardoor de muziek weer kan klinken voor iedereen. Dat iedereen maar zo verstandig mag zijn omdat vaccin dan ook te nemen. Dat de muziekmakers maar gauw weer hun ding kunnen doen zoals ze dat konden.

We moeten tot die tijd maar gewoon op veilige afstand van alles en iedereen blijven zingen tot alles weer beter wordt. „Ja, en de andere sectoren die zwaar lijden onder deze crisis dan?” Ja, ik weet het. Het raakt iedereen. Daarom heb ik ook een kaarsje aangestoken bij Maria. De zorgzame moeder voor alle mensenkinderen.

menu