Column Herman Sandman: Bij het ontbijt

Ze komt de kamer binnen, ziet mij aan tafel zitten, wenst me goedemorgen en zegt: ,,Och, Herman, zou jij even snel naar de bakker willen? Wij gaan zo sporten, maar moeten voor die tijd wel iets in de maag. Jij bent sneller in de kleren.’’

Met die laatste zin ontneemt mijn vrouw, beter onderlegd in de regels van de gesprekskunst, me een weerwoord. Want het eerste wat ik had willen vragen, of beter: zeggen, is: ,,Kun je toch zelf doen? Ik zit hier te eten en krantje te lezen, op de laatste echte vrije dag van mijn vakantie en dan moet ik haasten omdat jullie te laat zijn opgestaan? Jullie moeten eens leren jezelf te redden. De wereld is nog steeds een jungle, zelfs in de ogenschijnlijk veilige werkelijkheid van een gezin op het platteland. Het is en blijft ieder voor zich en God voor ons allen. Jij wilt brood, dus go your geng .’’

Maar dat zeg ik niet. Mijn vrouw is als vrouw van nature begiftigd met de grondbeginselen van de manipulatie en haar reactie zou weer zijn: ,,Je kunt het toch ook gewoon voor je eega over hebben? Dat je zegt: doe ik lieverd, voor jou is niks te veel. U roept, wij vliegen. Zoals elke man doet.’’

Daar zou ik weer, zij het met de moed der wanhoop, zoals veel Groningers en Drenten een discussie in gaan, op kunnen zeggen dat die redenering omgedraaid kan worden.

,,Waarom denk jij niet: Herman zit daar vredig met zijn krantje, ik stoor hem niet en ga gewoon zelf?’’

Edoch, ook dat blijft een gedachte, want ik ga, omdat ik geen echte reden heb om niet te gaan.

menu