De winkeldames lachen. ,,Mooi mondkapje.’’ Het lapje is bedrukt met de kaak van een doodshoofd. Mijn vrouw kocht het voor mij bij de plaatselijke drogist. Stukje humor naar de mensen toe, je moet wat.

Mijn gade bleek nergens te bekennen, hoewel we bij de kledingzaak hadden afgesproken. Ik bracht oudste zoon naar hockey, zij jongste naar voetbal, waarna we een dik uur moesten wachten. Het plan was een boswandeling, maar: ,,We kunnen met zijn tweetjes wel even het winkelcentrum in. Jij moest nog iets toch?’’

We stonden voor de spiegel. Zij keek naar mij, ik keek ook naar mij. ,,Je plet buiten een mug’’, zei ze vanachter het mondkapje. Met een niet-begrijpende blik draaide ik me om. Toen, beter hoorbaar, ook voor de rest van de winkel: ,,Je hebt je buikje terug!’’

Zoveel te langer corona duurt, zoveel te minder we elkaar verstaan.

We hadden honger en gingen het winkelcentrum in, waar het vrij rustig was. Leven in dunbevolkt gebied blijft maar voordelen bieden tijdens een virusvergrendeling. Je komt bijna nergens een mens tegen.

Bij de visboer zaten twee rijen wachtenden op stoeltjes. Zij werden al geholpen, dus ik liep direct door naar de toonbank en legde uit wat ik wilde: twee haringen met uitjes, in stukjes gesneden op een kartonnetje. Wat met mondkapje op wederom een karwei werd. Harder praten hielp ook nu.

,,Wil jij geen kibbeling?’’, vroeg mijn vrouw.

,,Nee’’, zei ik, ,,anders had ik dat wel besteld.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Columns