Portret Herman Sandman

Column Herman Sandman: De bocht om

Portret Herman Sandman Foto: Marcel Jurian de Jong

We rijden de bocht om, de Hoofdweg op. Een jongen in T-shirt staat naast de bushalte. Het is zeven graden boven nul en het regent. Oudste zoon twijfelt meteen aan de realiteitszin van de knaap en deelt dat op niet mis te verstane wijze. Zoals wij vroeger trouwens ook deden. Jeugd is keihard.

,,Hoezo?’’, reageer ik, ,,dat is een held. Legend. Strijder.’’

Hij schampert. Ik zal de termen niet herhalen, maar oudste gaat nog even door op het denkvermogen van de jongen, al suggereert hij meteen, moet gezegd, behandelmethodes. Ook de jongste bemoeit zich ermee en deelt de visie van zijn broer.

Zoals dat gaat. Een keer per week moet ik tussenbeide komen omdat het op de gang klinkt of Badr Hari en Rico Verhoeven met de neuzen tegen elkaar aan staan, maar op momenten dat ik het niet verwacht sluiten zich de rijen. Vooral als ik mij als volwassene bemoei met de handel en wandel van jongeren.

,,Ik vind het stoer’’, probeer ik, ,,die guy gaat lekker van zichzelf uit. Omdat iedereen het koud heeft hoeft hij dat toch niet te hebben? We leven in een wereld waarin elk mens zijn eigen werkelijkheid mag.’’

,,Het is fokking koud’’, klinkt het in koor.

Ik fileer hen op mijn beurt: ,,En dat zeggen twee jongetjes die elke dag in de auto naar school worden gebracht. Dít getuigt van innerlijke kracht.’’

Maar jongste is zoals vaker van het laatste woord: ,,Hoezo heb je daar iets aan als je ‘s ochtends op de bus staat te wachten?’’

menu