Portret Herman Sandman

Column Herman Sandman: Een patatje

Portret Herman Sandman Foto: Marcel Jurian de Jong

We zijn jarig vandaag, oudste zoon en ik. Hij wordt 17, heeft al rijles en ik word 55, een leeftijd waarop tijdens een video-overleg wordt gevraagd of ik mijn haar blondeer. ,,Was ‘t maar waar. Dat is een andere kleur.’’

Slingers en cadeaus doen we niet meer aan. Mijn vrouw vraagt de dag ervoor of er nog iets is dat ik wil hebben, maar het antwoord is al jaren hetzelfde: ,,Nee. Ik heb alles. Ik ben gelukkig.’’

Het is echt zo, maar bij het laatste woord kijk ik even haar kant op. Want ik weet dat ze mij aankijkt met een blik van ‘doe even dom’ en dan lach ik terug en richten we de blik weer op de tv.

Slingers hoeft voor de kinderen ook niet meer. Tieners zijn met andere dingen bezig. Wat zoon krijgt is eveneens onduidelijk.

Ik heb hem nergens over gehoord, ja, het gaat 24/7 over schoenen, maar in principe heeft de jongen eveneens alles.

Ik zei gisteren olijk dat het zijn laatste dag was. Toen hij me aankeek zei ik dat het de laatste dag was als zestienjarige. Er kon geen lach af.

Hij voelde zich bekaf, moest in die fokking klas zitten, ‘s middags dwars door de stad naar die fokking sportpark fietsen voor die fokking gym, daar opgehaald door zijn moeder die hem thuis bracht, snel eten en door naar anderhalf uur hockeytraining.

Een feestje zit er door corona niet in. Alleen mijn ouders komen langs en zelfs dat is lastig, want de jongste moet om etenstijd voetballen.

We nemen in de kantine een patatje, denk ik.

menu