Portret Herman Sandman

Column Herman Sandman: En de kokosnoten

Portret Herman Sandman Foto: Marcel Jurian de Jong

De vergrendeling voor de zomer was van de bananenbrood en chips van aardappelschillen. De tuin werd opgeknapt en kasten uitgemest. We hadden tijd die we eerst niet hadden. De huidige situatie biedt opnieuw veel vrije uren, maar ik moet er niet aan denken, aan al die bezigheden.

Het is voor het eerst sinds maart dat ik mistroostig ben. Ik zit achter de laptop, staar minutenlang naar de schutting en als ik weer op het scherm kijk heeft het stukje ineens een ander lettertype.

,,Gek hé’’, zeg ik tegen mijn vrouw, ,,we mogen eigenlijk niet klagen en toch voel ik me waardeloos, opgesloten. Ik woon bijna in de laptop. We kunnen niks en we moeten van alles.’’

,,We zíjn ook opgesloten’’, zegt ze, ,,wacht, ik mail je een artikel.’’

Een stuk uit de NRC. We hebben persoonlijk contact nodig, anders worden we ‘digitale lopendebandwerkers’. Zelfs voor een heremiet als ik geldt dat. De ‘sjeu’ is er af, terwijl we dit voorjaar nog in een staat van ‘melige euforie’ waren. Maar ik vind niet dat ik kan zeggen dat ik ‘klaar’ ben met corona. Zo werkt het niet.

Ik moet niet zeuren. Toch doe ik dat.

We worden chagrijnig, zijn minder creatief, maken fouten en zetten bij video-overleg de microfoon uit. Het klopt, ik zet hem ook bijna nooit aan, wil het liefst niks zeggen.

Een van de instrumenten om de moed er in te houden, aldus het artikel, is elke dag wat dingen opschrijven waar je dankbaar voor bent. Maar ik kom niet verder dan Kid Creole And The Coconuts. Ik ben het kwijt.

menu