Portret Herman Sandman

Column Herman Sandman: Even stil

Portret Herman Sandman Foto: Marcel Jurian de Jong

Ik zit in de auto op de parkeerplaats van de tandarts. Alleen. Jongste zoon is binnen. Het is warm, dus ik laat de ramen aan beide kanten een beetje zakken. De geluiden van buiten komen binnen. Een gans, de stem van een kind.

Zonder het hoofd veel te bewegen is er zicht op de wereld op zomaar een dinsdagmorgen. Ik zie een weg, een kanaal en aan de overkant een huis met houten figuren in de tuin. Een man en een hond.

Een fietser rijdt voorbij. Natuurlijk, er rijdt altijd een fietser voorbij. De border voor het huis aan de overkant staat vol met hortensia’s. Roze, wit, blauw. De bloemen gaan lichtjes heen en weer, net als de takken van een grote boom. Ik blijf er naar kijken. Ik vind het leuk als bloemen en takken bewegen in de wind.

Zoon is niet de enige waar ik deze ochtend op wacht, ik ben ook in afwachting van een appje. Die blijft uit. Het ‘geen nieuws is goed nieuws’ bestaat niet. Geen nieuws is gewoon geen nieuws.

Zonder er bij na te denken pak ik de telefoon en kijk op Instagram. Het oog valt op een zin. Het gaat over dat wij, allen, wouden, bossen, in ons hoofd hebben. Onontdekt, oneindig groot en iedere nacht verdwalen we in zo’n woud, in ons eentje.

Het is uit The Wind’s Twelve Quarters van de K. Le Guin. Ik heb er nog nooit van gehoord, maar het is een mooie zin.

Een auto draait de parkeerplaats op. Portieren gaan open en er klinken stemmen, van twee vrouwen, een kind. Een grasmaaier slaat aan . Dan is het weer even stil.

menu