Met het donkeren der dagen valt het licht in huis op, de lampjes buiten en als ik over een bemodderde weg in een buurdorp rij en de kerstverlichting zie, besef ik dat het alweer bijna december is en realiseer ik me nog iets: de kerstborrel. Die gaat natuurlijk ook niet door.

Hét evenement aangaande het werk, althans, als je het mij vraagt. Een traditioneel samenzijn waarin we het jaar uitluiden, rare prijzen uitreiken, gelegitimeerd met nog raardere juryrapporten en aan de bar staan met collega’s wier naam we doorgaans ook alleen maar in de krant zien, dan wel via een verdwaalde mail.

De afgelopen maanden kwam ik zelfs de naaste collega’s alleen in naam tegen op papier en/of online, met een slaperige hoofd tijdens een video-overleg of in de appgroep.

Het zou in tijden van corona dus helemaal welkom zijn om het glas te heffen met Jan en alleman en na de laatste ronde in het eerste café doorgaan naar het volgende café waar ze bij mijn weten geen laatste ronde kennen, in snelwandeldraf proberen de laatste bus te halen en als dat weer is gelukt ontspannen achterover hangen in een warme stoel, terwijl ik over sfeervol verlichte wegen huiswaarts schommel. Goed, ik wil nog wel eens in slaap vallen, maar de nachtelijke wandeling terug verkwikt de geest weer en zo maak je nog eens wat mee.

,,Wel jammer dat de kerstborrel dit jaar dus niet doorgaat’’, zei ik tegen mijn vrouw.

,,Dat is helemaal niet jammer.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Columns