We gingen gourmetten op Sinterklaasavond en mijn vrouw had tóch voor iedereen cadeautjes gekocht. Alleen al het zien van het pakpapier maakte me blij en ik kreeg twee tijdschriften en een decemberkalender met vakjes die open gekrast moesten worden. Hoofdprijs: 100.000 euro.

Er zijn 31 vakjes en het idee is elke dag één. De laagste prijs is een gratis kraslot, bij drie wanten, waarna het te winnen bedrag oploopt van 5, 10, 20, tot 5.000 euro en verder tot, bij elf sterretjes, een ton.

Ik ben iemand die ook echt elke dag één vakje ontsluit.

Een week daarvoor stond in de NRC een groot artikel met als kop: ‘Hoera je wint een ton’.

Ik heb het niet gelezen. Waarom dat stuk op dat moment verscheen is me aldus ontgaan, maar het leek me vrij zinloos daaraan tijd te besteden. De titel maakte al duidelijk dat het onderwerp niet voor mij bedoeld was. Ik win geen ton.

Hoewel het inderdaad verleidelijk is om daarvan te blijven dromen.

Maar ik weet zeker, honderd procent, dat ik, mijn vrouw, wij, nooit en the never een substantieel geldbedrag winnen. Bestaat niet, onmogelijk, gaat niet gebeuren. Nog geen duizend euro, vijf- of tienduizend, laat staan een ton of een miljoen. We kopen soms een kraslot, doen mee aan de Postcodeloterij en ik geloof de Staatsloterij, maar het is gewoon zo. Wij winnen niks. Nooit. Echt nooit. Zulke mensen zijn wij niet.

Toch kras ik elke dag een vakje open. Ik heb al twee sterretjes.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Columns