Portret Herman Sandman

Column Herman Sandman: In het niets

Portret Herman Sandman Foto: Marcel Jurian de Jong

Een landweg, even voorbij een kruispunt met een paar huizen. Het asfalt buigt in een flauwe bocht richting het noorden en verdwijnt achter een bos in het niets.

We staan met een groep vrienden aan weerskanten van de landweg. Ieder stel, soms met de kinderen erbij, bevindt zich bij een boom, op gepaste afstand van elkaar. Het heeft zojuist geregend, de lucht voelt nog nat en er staat een pittig windje. De zon schijnt, alleen niet op onze gezichten. Wij wachten.

Mijn vrouw heeft een rood hart in de hand, geknipt van karton, zoals alle vrouwen en stellen een of meer harten bij zich hebben.

Die houden we straks voor ons, als de stoet langskomt.

De vader van een vriendin is overleden. Zijn laatste tocht voert langs de buurtschap waar hij opgroeide, bij het kruispunt waar wij staan opgesteld. Zoals ieder mens vroeg of laat terugkeert naar het land van zijn jeugd, het land van zijn vader.

Een uitvaart in tijden van corona is improviseren. Het stille saluut langs de weg is onze enige mogelijkheid om de vriendin, haar broer en de familie bij te staan.

Het silhouet van een man wordt zichtbaar.

Hij komt vanuit het noorden onze kant op. Achter hem een grijze wagen met daarin een kist. Een stuk of vier auto’s volgen. Ze rijden stapvoets langs. De mensen in de wagens steken een hand op en knikken.

Wij knikken terug en zien hoe de stoet op het kruispunt de bocht omgaat en verderop, tussen de bomen, in het niets verdwijnt.

menu