Portret Herman Sandman

Column Herman Sandman: Kaften

Portret Herman Sandman Foto: Marcel Jurian de Jong

Het is halverwege de zondagmiddag als ze zucht en zegt: ,,Schenk me eens een wijntje in. Wat een kutklus, jongens.’’ Mijn vrouw zit aan de grote tafel, omringd door boeken, waarvan de helft een zwarte kaft heeft.

De avond ervoor, we zaten te kijken naar Rita , een Deense serie over een schooljuf bij wie ik denk: goh, met zo iemand voor de klas had ik veel eerder gezoend dan op mijn achttiende, kondigde mijn vrouw het al aan: ,,We moeten morgen boeken kaften.’’

Waarop ik vroeg waarom wíj dat moesten doen. Ik kan me niet herinneren dat mijn ouders ooit één boek van mij hebben gekaft. Zoals we bij werkstukken en projecten volledig op onszelf waren aangewezen. Het was simpel: wij zaten op school, zij niet.

Bij oudergesprekken gingen ze mee, bij griep sneden ze een sinaasappel in partjes, voor de rest was het: we hebben meer te doen.

Wij hoefden op zondagavond om half elf ook echt niet aankomen met de mededeling dat er iets geprint moest worden.

,,Dan heb je dus een probleem’’, zei mijn vader. ,,Hoezo?’’, zei ik.

,,We hebben net een kleurentv, er bestaan nog geeneens computers, laat staan printers.’’

Jongste zoon, net begonnen aan klas drie, kwam zondagmiddag de kamer binnen met een gezicht alsof hij doodgeschoten was. Hij moest zijn kamer stofzuigen.

,,Waarom kaft jij je boeken eigenlijk niet zelf?’’, vroeg ik.

,,Kan ik niet. H eb ik echt nog nooit gedaan.’’

menu