Portret Herman Sandman

Column Herman Sandman: Om oortjes

Portret Herman Sandman Foto: Marcel Jurian de Jong

Mijn vrouw gaat met de iPhone aan de wandel en laat onze kamer aan haar collega’s zien. Het is negen uur in de ochtend en de eerste videoconference is weer los.

,,Kijk, Herman zit aan die tafel, daar is de keuken en hier een muur, gekke plek eigenlijk voor een muur als je er zo over nadenkt en dit is mijn bureau. Zo ziet de tuin er uit en de kinderen slapen daarzoot. In dat gedeelte, ja. Wij ook. Dat laatste raam met deur.’’

Ze ziet er van buiten hetzelfde uit en ‘s avonds op de bank is er ook weinig verschil, maar overdag is zij niet meer mijn vrouw, maar de manager van een of andere grote organisatie die al een week of wat van negen tot vijf, soms zes en het wil ook nog wel eens zeven uur worden, in ons huis aan het vergaderen is.

Het is een geregel van jewelste en aan stemverheffingen, die komen me wel bekend voor, hoor ik of er ruis op de lijn zit. Soms lijkt het of ze op de brug van de Titanic staat, kort na het moment dat alle opvarenden beseffen wat er aan de hand is.

Terwijl ik net als anders stukjes tik en via oortjes in de laptop luister naar bands als I Am Kloot, belt zij echt de hele dag en krijg ik voor het eerst in 25 jaar een soort van inzicht in wat voor werk mijn vrouw precies doet.

Het maakt immers nogal een verschil of dat zij na thuiskomst over haar dag vertelt of dat ik die live meemaak.

Eén aspect is gelukkig hetzelfde gebleven. De paniekzoektocht.

Het gaat alleen niet meer om autosleutels, maar om oortjes.

menu