Portret Herman Sandman

Column Herman Sandman: Op de piet

Portret Herman Sandman Foto: Marcel Jurian de Jong

Een jongen met een wat pokdalig gezicht werd aangeduid als ‘grindpad’, een snauwerig meisje heette ‘grienbek’ en een breedsprakerig persoon kreeg de stempel ‘kauwmoaze’.

Met terugwerkende kracht denk ik aan hoe weinig subtiel we met elkaar omgingen in de Groningse en Drentse Veenkoloniën.

Hoe ik er op kom geen idee, wellicht omdat ik drie bigbags grijze split heb uitgereden op de grindpaadjes op onze kavel, maar die grofheid - en dat heeft minder met het dialect zelf dan met de aard van het volk te maken - laat me niet los. Of het nog steeds zo gaat kan ik niet zeggen. Ik woon er al lang niet meer.

Toen was een onaardige vrouw gewoon een ‘kutwief’, een gezet persoon ‘n kloede’ en een smoezelig iemand ‘torre’, of ‘sjomp’.

In het uitzonderlijke geval dat een man in die contreien blaakte van zelfvertrouwen klonk het: ‘n klauke hond’.

Uiteraard kreeg de persoon het zelf nooit te horen. De lontjes waren vrij kort en het was eerst knokken, daarna werden vragen gesteld.

Wel positief was dat wij, anders dan soms de gewoonte in het westen des lands, gruwelijke ziektes achterwege lieten. Wij zeiden meteen ‘val dood...’, waarna in gedachten een van voornoemde aanduidingen volgde.

Omdat ik me er ook aan bezondigd heb, af en toe moet mijn vrouw me nog corrigeren, schaam ik me achteraf, al was het soms best vermakelijk.

Het deels ontbreken van pigment op het geslacht van een jongen werd ’vlekken op de piet’.

menu