Portret Herman Sandman

Column Herman Sandman: Slapend land

Portret Herman Sandman Foto: Marcel Jurian de Jong

Er is een weg, er zijn bomen en er is land, tot aan de horizon. De wind is kil en schuurt de wangen en ik duw de handen dieper in de zakken. Ik loop en ik ben alleen.

Het is de straat uit, bij de witte brug rechts en dan de eerste weg links en dan loop ik door een stille wereld. Velden, weiden en akkers met daarboven een lichte lucht, van waterig roze en grijs en daar weer achter een vermoeden van de zon.

Langzaam ga ik voort, volg de lijn van de weg. Het uitzicht blijft minutenlang hetzelfde, het bosje links komt maar niet dichterbij. Bewegen en tegelijk stilstaan, dat gevoel. De vogelkijkhut valt ineens op, als vorm, als schaduw. Ik zie auto’s in de verte, iemand haalt kerstbomen van een veld. Te ver om te groeten.

Het is het land van mijn zoons. Zij groeien hier op. Het land waar ik kind ben geweest is elders. Wat beide werelden verbindt is de leegte, de ruimte. Er is zicht rondom, op de lucht, de horizon en dat vormt ons, maakt ons wie we zijn.

Er naderen mensen. Een man en een vrouw en twee honden. We kennen elkaar, groeten en zeggen een paar woorden in het voorbijgaan.

Dan is het weer stil.

Ganzen vliegen over, een roofvogel zit op een paaltje tussen akker en natuur. Ik weet niet welke soort. Ik weet niks van de dieren en de natuur. Wel dat het gras koud is en de wind ijzig. Niks beweegt.

Ik loop door slapend land.

Land waar je niks hoeft , alleen maar zijn.

menu