Portret Herman Sandman

Column Herman Sandman: Snel grijzer

Portret Herman Sandman Foto: Marcel Jurian de Jong

De kapster had zaterdag half twee nog plek. Het verraste me. Ik belde donderdags in de overtuiging dat ik op zijn vroegst eind juni aan de beurt zou zijn en dat paste me goed, want ik bleef benieuwd naar wat er ging gebeuren als ik mijn haar maar door liet groeien. Ging het vervilten? Werd ik rasta?

Twee uur dan? Ik zei dat die zaterdag sowieso onmogelijk zou zijn. Maar zij bedoelde dezelfde middag. Over tien minuten was dat dan. De afstand tussen ons huis en kapperszaak bedroeg 26,4 kilometer, dus nee. Het werd maandag en ook dat verbaasde. Kranten en sites stonden vol verhalen over wachttijden, roodgloeiende telefoons en tot ‘s avonds laat werken en ik, ik kon zo heen?

,,Hoog tijd’’, zei mijn vrouw, ,,er mag wel wat af.’’

,Alleen de puntjes’’, opperde ik, ,,we zien even.’’

De kapster zette de schaar er echter goed in en terwijl plukken haar als sneeuwvlokken om mij heen op de vloer vielen, hoorde ik dat de drukte mee viel. Ze werkten veel, ja, maar niet dag en nacht.

Ik zei dat ik dacht dat ik snel grijs was geworden en volgens haar dachten veel mensen dat van zichzelf. We hadden het over corona, over afstand, risico’s en perspectief en ik bekende te vrezen voor een nieuwe lockdown.

Daarop vertelde zij dat een klant, die bij het UMCG werkte, haar vroeg of ze dacht dat ze de komende tijd open kon blijven. Zij hoopte inderdaad van wel.

,,Vergeet het maar’’, klonk het.

,,Precies’’, zei ik, ,,weet je: doe er nog maar wat af.’’

menu