Portret Herman Sandman

Column Herman Sandman: Tot later

Portret Herman Sandman Foto: Marcel Jurian de Jong

Mijn hand glijdt over de zijkant van de laadbak van een Chevy El Camino. Het is bijna strelen. In het rijtje met favoriete auto’s staat-ie bij de top vijf. In mijn andere hand heb ik een biertje en ik praat met mannen die rond de wagen staan, ieder op een hoek. Ook zij drinken uit een flesje.

Oude auto’s vormden het decor van een voorzichtig samenzijn in een schuur in het dorp. We waren er om een jarige vriend toe te zingen. Eenzelfde soort initiatief als toen we op een regenachtige middag met een hartje in de hand langs de kant van een B-weg stonden en er een lijkwagen voorbij kwam.

Het kan wel, het kan niet. We vieren en begraven en het is behelpen. Zoals we er staan, op dik 1,5 meter van elkaar, lijkt het verantwoord. De schuren bij ons zijn gelukkig groot. Maar komt er controle dan hebben we vermoedelijk spijt omdat we van de totale boete een van de wagens voor de jarige kunnen kopen.

Buiten de flitsbezoeken aan de supermarkt is het de eerste keer in zeven weken dat ik in de nabijheid ben van meer mensen dan het gezin telt. We zingen zo goed als we kunnen, knikken en grijnzen onwennig naar elkaar, praten even kort bij en na twee biertjes en een soesje is het over.

Er zit voor de jarige job weinig anders op dan naar binnen te gaan, voor een weinig familiebezoek. Met twee vrienden zit ik een uurtje na op het gras naast de schuur. Dan is ook dat voorbij en zeggen we: tot later. Zonder te weten wanneer dat is.

menu