Ze is nog geen minuut de deur uit als mijn telefoon over gaat. ,,Plastic kan bij de weg.’’ Het klopt, maar ik ben nog binnen en zij al buiten: ,,Prima. Jij kunt dat gewoon doen.’’

Nee dus, want: ,,Ik zit net.’’ Oftewel: ben al op pad. Wat me eerlijk gezegd sterk lijkt. Mijn vrouw doet er normaal gesproken even over om weg te rijden. Telefoon aansluiten, tas goed leggen, in de spiegel kijken, je bent zo vijf minuten verder. Probleem is dat ik ook net zit.

Dat zeg ik dus: ,,Ik zit ook net.’’

Wat klopt. In het uur tussen wakker worden en vertrek ontbijt ik zelf, haal de krant, maak broodtrommels en bidons klaar, warm chocomelk op voor de thermosbidon, neem een douche en kleed mij aan en zit ondertussen zoons achter de vodden.

Ik loop naar de oprit en kijk of ze er stiekem nog staat, maar ze is inderdaad weg. Dus zit er weinig anders op dan de gele zakken bij de weg te zetten. ,,Ik wórd gewoon geleefd jongens’’, mopper ik en zelfs op het werk gaat het die dag zo. ,,Ach’’, zegt de collega, ,,neem even mijn printje mee als je toch de trap oploopt.’’

Ik was aldus blij dat ik eind van de middag met twee anderen bij mijn beste vriend langs ging. We zaten er twee weken geleden ook en ik had sinds tijden buikpijn van het lachen.

Omdat de ene vriend toen vis meenam en de ander een boek, nam ik deze keer een boek over vis mee.

,,Ah, een kookboek’’, zei de patiënt, ,,van wie is het?’’

,,Hij dus, Bart. Heel bekend, de Maradona van het vis bakken.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Columns