Portret Herman Sandman

Column Herman Sandman: Verkeerd broodje

Portret Herman Sandman Foto: Marcel Jurian de Jong

Hij keek verbaasd: ,,Zou je dat wel doen? Die ligt er al lang.’’ Ik grijnsde en stelde jongste zoon gerust: ,,Zo snel gaat dat niet kapot. Jullie zijn altijd zo benauwd.’’

Ik had zo’n zin in een broodje frikandel dat ik echter maar wat zei. De houdbaarheidsdatum kende ik niet en het lag inderdaad al een tijdje in de koelkast. ‘s Nachts om twee uur zat ik op het toilet en dacht voor het eerst in mijn leven werkelijk dat ik doodging.

De pijn in de darmen maakte me zo misselijk dat ik snel een emmer pakte en die voor me neerzette. Het klamme zweet brak letterlijk overal uit mijn poriën en het voelde alsof ik op het punt stond het bewustzijn te verliezen. Die wc-deur moet van het slot, dacht ik, dan hoeven ze die straks niet in te trappen.

Ik stelde me voor hoe ze me zouden aantreffen, van voren en achter besmeurd. We hopen op een waardig einde als onze tijd is gekomen, het tegendeel is meestal het geval.

De dood is bij mij sowieso nooit ver weg. Ik hou elke dag rekening met dat het zomaar gedaan kan zijn. Met mezelf, met naasten, anderen. Er gaat niemand bij ons de deur uit zonder dat ik er wat bij denk.

Ontspannen is anders, ja.

Mijn leven trok op het toilet echter niet in een flits aan mij voorbij en toen dat wat dwarszat weg was, kwam ik weer tot rust.

Zij het dat ik de volgende ochtend niet meteen okselfris was. Ik trok pas echt bij na het beste medicijn voor een dag of wat smoegelderij in de maag: kippensoep.

menu