Portret Herman Sandman

Column Herman Sandman: Vitamine D

Portret Herman Sandman Foto: Marcel Jurian de Jong

Ik zit te ontbijten als er een hand voor mijn gezicht verschijnt. Die is van mijn vrouw. Ze drukt mij een pilletje in de mond. Vitamine D. ,,Niet kauwen, direct doorslikken.’’

De actie gaat, hoe goed bedoeld, in tegen mijn beleving van vrijheid, de wil om te kiezen, tegen het basisidee van het leven zelf eigenlijk. Ik ben 55 jaar en maak zelf afwegingen. Al gaat het op dat moment, het is half acht in de ochtend, te ver om het pilletje uit te spugen. Soms is het leven gewoon slikken.

Mijn vrouw zegt al weken dat ik vitamine D moet nemen, omdat het in deze tijden beter voor de gezondheid is. Zeker voor iemand met talent voor somberen in de donkere maanden. Maar ik knik, als ze mij er op wijst, elke keer ‘ja’ en doe ‘nee’.

Want het is volstrekt overbodig. Groente en fruit, daar gaat het om, elke avond een handjevol noten, gevarieerd eten en niet te veel snoepen en drinken. Wie daarnaast voldoende beweegt kan zonder supplementen. Die ik bovendien amper vertrouw, want daar hangt ook weer een verdienmodel onder.

Ik wijs op mezelf: ,,Ik sta goed op de benen, heb kleur in da face , ben in wezen kerngezond.’’

Ze blijft volhouden: ,,Extra vitamine kan geen kwaad. Doe nou maar gewoon.’’

Het probleem in ons gezin is dat ik nooit het laatste woord heb. Zoals waarschijnlijk wel meer mannen, dus slik ik maar weer door, sla zuchtend de krant op en lees onderop pagina 4:

‘Slikken van vitamine D kan helpen tegen coronavi rus’.

menu