Portret Herman Sandman

Column Herman Sandman: Voor Hein

Portret Herman Sandman Foto: Marcel Jurian de Jong

Hij zag mij en richtte zich onmiddellijk tot de jongen die de winkelkarretjes desinfecteerde: ,,Kun jij die meneer niet de toegang weigeren? Dit is een Plus-supermarkt en hij heeft dus Albert Heijn-tassen mee. Waar zijn we mee bezig?’’

Ik zei: ,,Hallo Hein.’’

Een mevrouw hoorde ons, begon te lachen en bemoeide zich er half grappend ook mee. Ik had geen echt goed antwoord en mompelde: ,,Als vaste klant mag ik dit. De eigenaars weten er van.’’

Het gesprekje strandde, vooral uit praktisch oogpunt. Een groepje vormen voor de ingang van een winkel is sowieso niet handig en in deze tijden ben je gewoon fors in overtreding.

Hein praatte binnen gewoon door. Al bleek onduidelijk of dat nog steeds tegen mij was. De afstand tussen ons was groot, maar bij hem zei dat niets. Hij betrok graag hele dorpen bij gesprekken.

Zijn dochter stond de koeling in te laden. Ik knikte naar haar vader: ,,Kun jij hem overnemen? Ik heb er geen zin meer aan.’’

We kennen elkaar al jaren. Onze zoons sporten samen en we zijn een soort vrienden. Van hem is de legendarische uitspraak, toen ik bij een uitduel vroeg of hij de weg kende: ,,Nee, maar je rijdt in zo’n dorp achter de dikste Audi aan en dan kom je vanzelf bij de hockey club.’’

Wat nog bleek te kloppen ook.

Hein is jarig vandaag. Of we iets leuks wilden doen, vroeg zijn gezin.

,,Hoe oud wordt hij? ’’, vroeg mijn vrouw en haar reactie bleek een compliment, ,,60? Nee, toch?’

menu