Portret Herman Sandman

Column Herman Sandman: Voor later

Portret Herman Sandman Foto: Marcel Jurian de Jong

Hij kijkt in de camera en vraagt: ,,Papaaa…’’ Ik wacht tot een vraag volgt, maar die komt niet en om oudste zoon op gang te helpen zeg ik: ,,Jaaa…’’ Hij weer: ,,Wat dóe jij?’’

Ik film. Dat zeg ik hem. Waarna zijn blik naar links gaat, naar de kast, waar een televisie in stond. Hij kijkt naar de Lego voor hem op tafel, naar mij, de tv en opnieuw naar mij. ,,Papaaa…’’ ,,Jaaa…’’

,,Waarom maak jij een film van mij?’’

Voor later. Dat probeer ik hem, maar vooral mezelf, uit te leggen. Kinderen vastleggen als ze nog echt kind zijn, zodat we, als ze geen kind meer zijn, de beelden terug kunnen zien en zeggen dat het toch de mooiste tijd is, als ze echt kind zijn. Het is 2020, het ís later.

Er is zo’n twee uur aan materiaal, dat we op een middag bekijken. Shots van zoons in pyjama, ‘s ochtends, heel vroeg, op verjaardagen, met Sinterklaas, spelend met auto’s of Duplo, in de wieg, op de camping en een van de leukste: de camera vastgebonden op een radiografisch bestuurbare truck die door het huis rijdt.

,,Ik film je kont’’, lacht de oudste.

,,Dat vind ik niet leuk’’, zegt de jongste.

We zien onszelf ook, van tien jaar geleden.

,,Wat ben jij jóng’’, zeg ik tegen mijn vrouw. Ze reageert met een grimlach. Het valt ook op dat er rust is en hoewel we er ’s ochtends verfomfaaid uit zien, in badjas en met windhooskapsels, blijven we geduldig bij vragen en dreiging van gedoe.

,,Wij vallen me mee’’, vind ik.

Mijn vrouw gaat een stapje verder: ,,Ik vind ons leuk!’’

menu