Portret Herman Sandman

Column Herman Sandman: Vorig jaar

Portret Herman Sandman Foto: Marcel Jurian de Jong

Een warme avond. Juli of augustus vorig jaar. We zitten voor de caravan. De gaslamp snort, wijn en chips staan op tafel en we doen een knobbelspelletje, ik weet niet meer wat: yahtzee of éénendertigsten. Muziek klinkt uit het restaurant op de heuvel.

Het hoort bij kamperen in Frankrijk: karaoke of een bandje in de bij de camping horende kantine of eetcafé. Wij kunnen prima zonder, maar bij alle eigenaren van alle campings in het land van wijn en kaas bestaat het idee dat er ‘s avonds vermaak moet zijn.

De band kennen we. Het duo, een man en een vrouw, speelde de week ervoor ook, toen we een kort moment stonden te luisteren tijdens een wandeling over het terrein. Want dat doe je ‘s avonds op de camping: ‘even een rondje lopen.’

Je kijkt bij het jeu de boulen, op het voetbalveldje, de jeugd rond de tafeltennistafel, of bij de vader die net een dikke karper binnenhaalt. Een enkele keer drinken we een wijntje bij het barretje.

De uitstraling van de man en vrouw is goed. Ze kleden zich in het zwart, new wave-achtig en lijken de uitzondering op de Fanfare van Honger en Dorst die zomers van camping naar camping trekt.

,,Leuke nummers’’, zegt mijn vrouw tijdens het knobbelen. Zittend voor de caravan horen we vanuit het restaurant op de heuvel liedjes als We belong to the night van Ellen Foley, Losing my religion van R.E.M. en Society van Eddie Vedder.

,,Ja’’, zeg ik, ,,maar als dit is wat ze ervan maken mogen ze wat mij betreft voor het vuurpeloton.’’

menu