Portret Herman Sandman

Column Herman Sandman: Wat weg kan

Portret Herman Sandman Foto: Marcel Jurian de Jong

Mijn vrouw houdt een Ferrari, model Formule 1, omhoog, uit de tijd van Michael Schumacher. Schaal onbekend, maar de speelgoedauto ziet er verbazend compleet uit. Alle spoilers en wielen zitten er nog aan, inclusief het hoofd van de bestuurder, dat doorgaans als eerste sneuvelt.

,,Bewaren’’, zeg ik, ,,kon nog wel eens wat waard worden.’’

Ze toont een Transformer. Of die wel weg kan? Ik twijfel. Net als bij de rood-witte combine, het opwindlocomotiefje, Bliksem McQueen en de Sesamstraat-auto met een zwaaiende Elmo achter het stuur. ,,Ik dacht dat jij wel wat resoluter zou zijn.’’

Op tafel staat een grote doos. Uit de schuur geplukt, vanonder de werkbank vandaan. Jaren niet naar omgekeken, maar zoals zoveel kamers, zolders, garages en kasten in zoveel woningen, worden alle ruimtes in ons huis tijdens corona binnenstebuiten gekeerd.

Bij zowat alles staat ‘Made in China’ op de onderkant en zowat alles is van plastic. Het is duidelijk. ,,We hebben veel te veel rommel.’’

De meeste autootjes komen bekend voor, zoals de Lotus Esprit van James Bond die onder water kan uit The Spy Who Loved Me uit 1977, toen was ik twaalf. Die is van mij. Wil ik toch graag houden, zeg ik: ,,Voor de kleinkinderen.’’

Ze zucht nogmaals, loopt naar de gang, gaat door de jassen en de plank boven de kapstok, komt terug en zet een leren tas op tafel. ,,Mooie tas’’, vind ik.

,,Hoe kun jij beweren dat dit een mooie tas is?’’, zegt ze verbaasd, ,,Kan weg. Is volledig af.’’

menu