Portret Herman Sandman

Column Herman Sandman: Wen er maar aan

Portret Herman Sandman Foto: Marcel Jurian de Jong

We gooien alle ramen en deuren open, om de koelte het huis binnen te laten. Het is vrijdagochtend vroeg, de regen is er. En hoe. Met bakken. Eindelijk.

Hitte ontregelt, meer nog dan corona. Het laatste restje structuur in de dag is de voorbije week verdwenen. Ik zie jongste zoon op een middag buiten op een stoel, hoofd en bovenlichaam onder een handdoek. Geen idee wat ik er van moet zeggen. Oudste dobbert met zijn vriendin in het zwembadje, een fles cola drijft omgekeerd in het water en ik zit in onderbroek achter de laptop. Katten laten zich in het looppad in de kamer op de grond vallen.

Het is iedere avond zoeken naar een koel plekje. Mijn vrouw is de enige die in het eigen bed slaapt. ,,Jij gaat ergens anders’’, zegt ze. Dus blijf ik na het tv kijken gewoon op de bank liggen en probeer zo weinig mogelijk te bewegen. Oudste claimt de tent op het grasveld en jongste gaat in diens bed, die is net even koeler.

Slapen blijft echter onmogelijk. Jongste staat ‘s nachts om twee uur in de keuken. Ik word er wakker van ,,Drinken’’, zegt hij, zonder dat ik er naar vraag. Een uur later staat mijn vrouw voor de koelkast.

Ze kijkt opzij naar mij en vraagt: ,,Slaap jij al?’’

,,Ja.’’

De regen brengt slechts ten dele verkoeling. Het kwik daalt, maar dan is het nog steeds 27 graden. Het satirisch online nieuwsmagazine De Speld kopt: ’Geniet er nog maar even van: over tien jaar is 35 graden ‘lekker koel’. Ik denk: dat is geen grap.

menu