Portret Herman Sandman

Column Herman Sandman: Zo was dat

Portret Herman Sandman Foto: Marcel Jurian de Jong

De telefoon wordt niet opgenomen, dus ik denk: ik rij heen. Soms is dat het beste. Gewoon aanbellen. Maar ik ben te vroeg voor het nieuwtje, de mensen zijn er nog mee bezig, dus er is tijd over en ik ben in de streek van de eerste jaren van mijn jeugd en ik denk: ik toer een beetje rond.

Het stuift enorm op het land. De aarde is droog en de tractoren trekken bruine wolkenflarden achter zich aan. Ziet er dreigend uit. De stoeverij als voorbode van nieuwe tijden, waarin dingen anders zullen zijn. Een orde tussen The Dust Bowl en Mad Max .

Ik rij door onze oude straat, langs mijn eerste voetbalclub, de huizen van mijn vriendjes, maar daar wonen nu andere mensen en zij zelf zijn al lang naar elders vertrokken en ik vervolg mijn weg door het oude veenland, met lintdorpen, kerktorens tegen de blauwe lucht, uitgestrekte akkers, rijen bomen en vooral veel horizon.

De streek voelt zowel vertrouwd als uit een andere tijd en het liefst wil ik er dwalen, maar ik weet waarheen alle wegen leiden en ineens ben ik vlakbij de stad van ons regiokantoor en daar zitten slechts drie collega’s, waardoor het gebouw groot lijkt en ik loop naar het bureau dat ik vijf weken terug heb verlaten en een van hen ziet mij en grijnst: ,,Ja, zo was dat.’’

De weg noordwaarts, terug naar huis, voert langs het gebied waar de windmolens komen. De be tonnen voeten staan reeds in het landschap en ze zien er nu al groot uit en het zijn er veel en ik denk: mensen, mensen, wat doen we elkaar aan.

menu