Portret Herman Sandman

Column Herman Sandman: Zonder publiek

Portret Herman Sandman Foto: Marcel Jurian de Jong

Het is, als je er goed over nadenkt, natuurlijk bizar dat tijdens uitzendingen van voetbalwedstrijden de suggestie wordt gewekt dat de tribunes vol zitten. Wat niet zo is, want de stadions zijn leeg en iedereen die kijkt weet dat de stadions leeg zijn. Zoals er wel meer leegte is en iedereen ook weet waarom dat is.

Ik ben een kind van de leegte.

Opgegroeid in een dunbevolkt gebied in een uithoek van het land, waarin de toekomst niet een groot economisch winkelcentrum was met banen en studies, waarin je naar hartenlust kon shoppen en kiezen en proberen. Wij vonden onze weg zoals de cavia’s in het finalespel van de Wie-kent-kwis . Het leven bleek een doolhof en de meeste poortjes waren dicht.

Als die cavia’s stokstijf bleven zitten werden ze door Fred Oster, de presentator, opvallend onopvallend naar het 1000 gulden-poortje geduwd, al koos zo’n beest soms alsnog voor die van 50 gulden.

Zo waren wij ook. We herkenden geluk vaak niet eens.

Voetbal zonder publiek is in tijden van corona nog het minste van onze problemen, lijkt mij. Zo bijzonder is het ook niet. Toegegeven, een vol stadion met echte mensen is een stuk leuker, maar ik sta al dik 40 jaar op winderige velden in dorpen in buitengebieden met langs de lijn 1,5 man en een paardenkop.

Letterlijk soms. Zelfs mijn vrouw en zoons komen nooit kijken. Een keer, maar dat was per ongeluk.

Ze waren toevallig in de buurt aan het winkelen.

menu