Irma van Steijn.

Column Irma van Steijn: Emoties luisteren vooral naar zichzelf

Irma van Steijn. Foto: Leeuwarder Courant

Jan-Willem en Sabine zijn vijf jaar samen. Jan-Willem werkt in het bedrijf van zijn vader en heeft het daar nu ontzettend druk. Het is een van de bedrijven die juist floreren in coronatijd. Samen hebben ze een zoontje Max, hij is vijf maanden oud. Sabine vindt die drukte van Jan-Willem lastig, ze voelt zich vaak alleen met Max.

Een gesprek in mijn spreekkamer:

„Als ik me eenzaam voel dan wil ik dat je mijn appjes beantwoordt, ik zie namelijk dat je ze leest en dat je online bent.”

„Ja jemig, dan ben ik gewoon bezig, als je zo dramt heb ik de neiging juist niet te reageren.”

„Huh, hoezo niet, ik heb je dan juist nodig!”

„Ja precies, ik wil dat niet twintig keer op een dag, dan claim je me. Je zou eens wat meer mogen waarderen hoeveel ik werk!”

Thuis eindigt een dergelijk gesprek steevast door het weglopen van Jan-Willem, een huilende en boze Sabine achterlatend.

Binnen mijn vakgebied noemen we dit ‘een weinig gedifferentieerd stel’. Een moeilijke term die zich laat uitleggen door zoiets als ‘in elkaar hangend, van elkaar verlangend dat de ander jouw emoties oplost’.

Het voorbeeld van Jan-Willem en Sabine is veel voorkomend en openbaart zich op allerlei manieren. Zo kan Sabine hevig teleurgesteld zijn als Jan-Willem de luier van Max verkeerd aandoet. Op de teleurstelling van Sabine reageert Jan-Willem met de opmerking dat hij het toch nooit goed kan doen en dat ze het beter zelf kan doen. Tja …

Het is nog niet zo gemakkelijk om wat beter gedifferentieerd te raken, dat komt omdat deze reacties zo enorm emotioneel zijn. En emoties luisteren nu eenmaal niet naar de rede, die luisteren vooral naar zichzelf.

Jan-Willem zou natuurlijk best wat liever kunnen reageren op de eenzaamheid van Sabine. Niet dat hij het zou hoeven oplossen, maar begrip voor haar gevoel zou toch moeten kunnen. Sabine zelf zou haar eigen gevoel beter kunnen opvangen, snappen dat ze dit niet de hele dag van Jan-Willem kan verlangen en haar moeder of vriendinnen om hulp vragen.

En wanneer Jan-Willem aanklungelt met die luier, dan zou ze er ook om kunnen giechelen en hem een beetje kunnen helpen.

Het zijn allemaal schoten voor open doel zou je denken, maar het stel lijkt de bal niet eens te zien. Uitleggen wat ze anders zouden kunnen doen heeft geen enkele zin.

Het experiment dat ik inzet is dat ik de conversatie op film opneem en hen de opname meegeef met als opdracht er drie keer naar te kijken. De eerste keer is om te wennen, dan kijk je vooral naar hoe stom je haar zit bijvoorbeeld.

De tweede keer zoek je naar wat je zelf onhandig deed en de derde keer kijk je naar wat je zelf anders had kunnen doen. Ben benieuwd wat ze hebben ontdekt.

i.vansteijn@maarsinghenvansteijn.nl

menu