Irma van Steijn.

Column Irma van Steijn: Werken als je ziek bent

Irma van Steijn.

Och meid, wat zie je er moe uit, moet je je niet ziek melden? Collega’s, vrienden en zelfs artsen hoor ik dit nog regelmatig tegen iemand met een ziekte zeggen. Zo ook tegen Christien. Ze werkt als gezinsvoogd binnen de jeugdzorg en is ziek gemeld met flinke spanningsklachten en vermoeidheid. Haar bureau zag er verschrikkelijk uit: overal lagen chaotische stapels papier, met tientallen losse verdwaalde geeltjes.

Het contact met cliënten was niet het probleem, het was de enorme hoeveelheid administratie die haar over de schoenen was gelopen. Omdat ze zich hiervoor schaamde had ze het weggemoffeld, totdat haar leidinggevende er achter kwam en duidelijk werd dat er door haar nalatigheid zaken echt misliepen.

Hierop meldde Christien zich ziek en eenmaal thuis kon ze alleen nog maar huilen. Na drie weken zag ik haar voor intake, ze vertelde dat het thuis niet beter werd, ze zat vooral te piekeren. Haar huisarts had gezegd dat ze rust moest nemen door te wandelen en haar werk los moest laten. Maar hoe dan?

Ik weet nog goed dat ik een aantal jaren geleden zelf in het ziekenhuis belandde voor een darmoperatie en de specialist zei dat ik in ieder geval zes weken niet kon werken. Huh? Hij wist niet eens wat voor werk ik deed en of ik mijn buik eigenlijk wel nodig had voor mijn werk.

Ik voelde me opeens gereduceerd tot een wandelende darm, terwijl ik me door die operatie juist een stuk beter voelde dan ervoor. Uiteraard moest ik herstellen, maar daarom kon ik nog wel wat werk verzetten.

Als we ziekte en ziekteverzuim definiëren als hetzelfde, dan wordt werken met een ziekte iets moeilijks, akeligs of zelfs wreed om voor te stellen. Echter, onderzoek laat zien dat werken juist het herstel bevordert: je hoort er weer bij, bent betekenisvol en voegt weer waarde toe. Dit geldt zowel voor lichamelijke als psychische aandoeningen. Uitzonderingen daargelaten.

Het betekent niet dat je alles weer kan zoals je deed, vaak moet er het een en ander worden aangepast en moet je zoeken naar een haalbare opbouw. Voor Christien was het belangrijk om samen met haar leidinggevende te onderzoeken wat er nou was misgegaan, hoe ze weer zaken kon oppakken en er werd nagedacht over een manier van administreren die wel zou lukken.

Ze begon met twee uurtjes per dag en uiteraard kwam ze weer dezelfde stressbronnen tegen. Haar oude gewoonte was vermijding: zaken wegmoffelen, snel wegklikken. Nu zochten we samen naar een meer constructieve manier.

Na twee maanden zei Christien: ,,Als ik thuis was gebleven, dan was ik misschien wel nooit meer teruggegaan en had ik gedacht dat ik niet voldeed. Ik zou een andere baan moeten zoeken terwijl dit werk juist bij me past. Ik heb geleerd hulp te vragen en het anders aan te pakken. En het werkt!’ ‘

Missie geslaagd!

Reageren? i.vansteijn@maarsinghenvansteijn.nl

menu