Jean Pierre Rawie.

Column Jean Pierre Rawie: Dikke lippen

Jean Pierre Rawie. Foto: Marcel Jurian de Jong

De bestseller Lady in Waiting , het door haarzelf gedane levensverhaal van barones Anne Glenconner, hofdame van prinses Margaret, is een verrukkelijk boek. Het is geen stilistisch hoogstandje, maar juist de onopgesmukte, nuchtere verteltrant maakt dat je van de ene verbijstering in de andere valt.

Ze was een dochter van de vijfde graaf van Leicester, en van veel deftiger familie dan de steenrijke lord Glenconner, met wie ze – nadat haar grote liefde, Johnny Spencer (de latere verwekker van Diana) haar gedumpt had – meer dan vijftig jaar getrouwd was. De Leicesters onderhielden nauwe banden met het Britse koningshuis, al was dat niet altijd zo geweest. Schrijfsters overgrootmoeder werd opgebeld door Queen Mary, de gade van George V, om hun bezoek aan te kondigen, waarop haar overgrootvader zeer hoorbaar riep: ,, Come over? Good God, no! We don’t want to encourage them! ” De koningin was een beruchte kleptomane, wat zijn reactie kan verklaren.

Lady Annes vader daarentegen was de boezemvriend van George VI, de voorganger van de nog steeds regerende Elizabeth; aan beiden wordt in het boek louter met grote eerbied gerefereerd.

Haar man, lord Glenconner, was naar menselijke maatstaven rijp voor het huisje, maar in adellijke kringen geldt zo iemand als ‘excentriek’. Hij bezat een eiland in de Cariben, waar hij begrijpelijkerwijs gebukt ging onder de afwezigheid van olifanten; daarom importeerde hij er één. Als verzorger stelde hij een jongen aan met de plaatselijk grootste flaporen, want dat zou een band scheppen. Bij zijn dood bleek hij deze olifantenoppas met voorbijgaan van vrouw en kinderen tot zijn universeel erfgenaam benoemd te hebben.

Een stuk van het eiland schonk hij aan Prinses Margaret, van wie lady Anne gezelschapsdame en (voor zover mogelijk) hartsvriendin was. De prinses omringde zich daar gaarne met artistieke en jetset-beroemdheden, als ze tenminste geen beroep op haar intellect deden; schrijvers waren er niet bij. Af en toe liet ze die kunstzinnige types even merken met wie ze van doen hadden: wanneer iemand bijvoorbeeld vroeg hoe het met haar zuster ging, antwoordde ze ijzig: ,, You mean her Majesty the Queen? ” Zoals veel lieden van vorstelijken bloede was ze volstrekt onuitstaanbaar.

Uit deze memoires blijkt dat Mick Jagger en zijn toenmalige echtgenote Bianca tot Margarets intimi behoorden. Het is verleidelijk te veronderstellen dat zij, bekend om haar zwak voor jongere minnaars, iets moois met de rocker gehad heeft, maar daar zijn helaas geen aanwijzingen voor. Niettemin doet hun verknochtheid iets boeiender aan dan het gedweep van de Oranjes met René Froger.

In 1998 nodigden Drs. P en zijn vrouw Mieke een aantal vrienden uit voor een boottochtje op de Amstel. Na enige tijd meerde men aan in Ouderkerk, teneinde het noenmaal te nuttigen. Nauwelijks had het gezelschap plaatsgenomen, of een deur ging open en Mick Jagger kwam binnen, met één van zijn jonge kinderen aan de hand. Ze wilden de eendjes voeren, en zochten de uitgang (later bleek dat de Stones die avond optraden in de Arena). Iedereen raakte in grote opwinding, behalve de doctorandus, die naderhand verwonderd informeerde wie dat was, die man met die dikke lippen.

menu