Jean Pierre Rawie.

Column Jean Pierre Rawie: Wi…

Jean Pierre Rawie. Foto: Marcel Jurian de Jong

Behalve wanneer je deel uitmaakt van het koninklijk huis, worden er in Nederland pas na je dood straten, pleinen, steegjes en dergelijke naar je genoemd.

De enige uitzondering op die regel wordt voor zover ik weet gevormd door de Gerrit Krolbrug te Groningen; die is in 2005 door de schrijver zelf gedoopt (ik weet het, want ik was erbij). Dat er steeds gedoe en gelazer met die brug is, ligt niet aan Gerrit, die zeven jaar geleden stierf.

Het is met die postume naamgeving soms wonderlijk gesteld. Aan één van de meest markante politici uit de vorige eeuw, Joseph Luns, is in het hele land slechts één laantje gewijd – in Goes –, terwijl ik me sterk maak dat er geen gemeente is zonder een President Kennedylaan of -straat. Dat die Kennedy een roekeloze ijdeltuit was, die de wereld op een haar na in een kernoorlog heeft gestort, speelt kennelijk geen rol.

Het vernoemen van de openbare ruimte is niet zonder risico, want op veel ooit verdienstelijk geachte voorzaten blijkt na verloop van tijd moreel iets aan te merken. Al onze zeehelden staan tegenwoordig in een kwade reuk, en staatslieden die bij de oprichting van de eens zo roemruchte Verenigde Oost-Indische Compagnie betrokken waren, zoals Johan van Oldenbarnevelt, worden opeens als schurken ontmaskerd.

Zelfs een in de discussie of je ‘blank’ dan wel ‘wit’ dient te zeggen hypercorrecte benaming als Witte de Withstraat moet eraan geloven, omdat men er na nijver speurwerk achter is gekomen dat het blazoen van de aldus geheten pikbroek minder roomblank (excusez le mot) was dan thans vereist is.

Vaak neemt men het zekere voor het onzekere, en vernoemt men een steenweg naar een reeds lang door niemand meer gelezen literator. In Amsterdam wordt de Bilderdijkstraat steevast uitgesproken met de nadruk op de derde lettergreep, waardoor het lijkt of er naar een waterkering wordt verwezen. In veel steden is een Jacob Catsstraat.

Waar blijven Wildervank, Winterswijk en Wisconsin?

Een bevriende middelbareschoolleraar verstrekte ooit zijn pupillen de opdracht bij bewoners der plaatselijke schrijverswijk te informeren naar de naamgever van hun straat. Het meest erudiete antwoord werd gegeven door iemand in de Leopoldlaan, die veronderstelde dat het hier een Belgische koning betrof.

Sedert een paar jaar bevindt zich in Winschoten het Driek van Wissenpad, en tot mijn vreugde kreeg Winsum onlangs een Driek van Wissenhof. Ik denk niet dat er snel iemand zal opstaan die duistere kanten van deze nu een decennium dode dichter onthult; hij was, ook in geschrifte, de goedmoedigheid zelve.

Opvallend is dat beide plaatsen met dezelfde letters beginnen als Drieks achternaam. Als deze trend doorzet, kunnen we nog enige tijd voort. Waar blijven Wildervank, Winterswijk, Wisconsin en Witwatersrand? Of wat dacht u van Wimbledon, of Wien ?

Dat brengt me in herinnering dat ik me op deze plaats eens heb beijverd een Arriva-trein naar Driek te laten vernoemen. Het lijkt me nog steeds minder erg naar Oost-Groningen te moeten reizen als dat met de ‘Driek van Wissen’ kan.

Dit dunkt me hét tijdstip deze petitie nieuw leven in te blazen. Ik hoop op u aller steun en bijval.

menu