De deur klemt. Een stem achter die deur zegt dat ik er een schop tegenaan moet geven. Hij is Zeeuw en van hem weet ik dat ze in die provincie een ‘h’ zeggen in plaats van een ‘g’. Het klinkt dus als: ,,Heef er moar een shop tehenoan.’’

Dat lukt en ik loop de trap op naar de keuken, maar ik zit nét als de bel opnieuw gaat. Weer duurt het even, hoor ik een korte bonk, vermoedelijk ook van een ‘shop’ en voor de tweede keer het verhaal over de deur, met inmiddels bekende termen als ‘klemde al wat’, ‘oude deur’, ‘warm’, ‘uitzetten’, ‘nooit eerder beleefd’.

Waarna de derde gast beneden zich meldt en het hele circus zich nogmaals voltrekt, inclusief gepraat door de deur, bonk en uitleg.

Edoch: binnenkomen is één ding, er uit gaan een ander.

De eerste die om half elf op huis aan wil blijkt er tien minuten later nog steeds te zijn. Deur zit muurvast.

Er vanaf de buitenkant ‘tehenoan shoppen’ gaat niet. We staan met vier man binnen. We roppen en trekken, edoch tevergeefs. Ik trek zo hard dat iemand zegt: ,,Ho, straks knalt het glas.’’

Tot mijn schrik zit er inderdaad een barst in het deurraam en ik wil meteen gegevens van verzekeringen uitwisselen, maar de gastheer wuift dat weg: was al zo.

De buurman blijkt thuis, die kan wel vanaf de buitenkant ‘shoppen’ en tien minuten later kijken we opgelucht de straat in. Ik pak snel mijn telefoon.

,,Jij gaat ook?’’, vraagt de gastheer.

,,Ja’’, zeg ik, ,,anders kom ik hier straks niet meer weg.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Columns