Telefoon. Onbekend nummer. Onbekende stem. Ik zeg wat ik meestal zeg: ,,Met Herman.’’ Mijn vrouw vindt dat ik daar ‘Sandman’ achter moet zeggen, ik vind van niet.

De stem zegt: ,,Met Aart.’’ Of ‘Ard’, dat kan ik niet heel goed horen. Ik ken geen Aart, wel een paar Ard’s, maar de kans dat die bellen is redelijk klein. De man kent mij blijkbaar wel, want hij vervolgt met ,,...met Aart (of Ard) van Rotterdam’’ en: ,,Hoe is ‘t man?’’

,, Jaw-hor , prima’’, zeg ik, maar de stem en de naam doen totaal geen belletje rinkelen. In mijn hoofd is het een koortsachtig zoeken naar een Aart of een Ard en waarom hij mij zou bellen. Of ik iets gemist heb, er onlangs nog contact is geweest, of ik iets had moeten doen, ergens had moeten zijn, wat dan ook.

Onduidelijk is of ‘Van Rotterdam’ zijn achternaam is, of dat de man uit de havenstad afkomstig. Hij spreekt onmiskenbaar Rotterdams en dat stelt gerust. Goede kans dus dat hij verkeerd verbonden is, zoveel mensen ken ik niet die daar weg komen.

,,Volgens mij ben je verkeerd verbonden’’, zeg ik, als hij naar iemand informeert die mij nog minder wat zegt. Het is even stil en ik hoor hem denken. Hij vraagt of ik niet die en die ben. Nee. Nooit geweest ook.

,,Sorry man’’, klinkt het. Maar ik stel hem gerust: ,,Kan gebeuren.’’

Met een ‘later’ hangt hij op.

Waarna ik weer in verwar ring ben. Hoezo: later? Lijkt me niet.

Bij Oranjezomer gaat het die avond over ene Ad, die zoek is.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Columns