Het begon, zoals voorspeld, tegen twee, drie uur ‘s nachts te regenen. Ik werd wakker, luisterde even en viel weer in slaap. De volgende ochtend regende het nog.

We wilden een kijkje nemen in Bloemendaal, maar al in bed bedacht ik: zonder mij. De vraag was of het überhaupt zin had op de camping te blijven. Immers: het ging de hele dag regenen en de dag erna vertrokken we. Mijn gedachte was die van mijn vrouw. Ze werd wakker en zei: ,,We pakken het spultje op.’’

Waarmee er een abrupt einde kwam aan de kortste vakantie ooit van ons gezin. Terwijl we er naar uitgekeken hadden. Voor het eerst in bijna twee jaar met zijn vieren met de caravan weg. In eigen land en nog steeds in coronatijd, maar toch.

We kwamen ‘s middags om twee uur aan, installeerden de boel, liepen tegen vieren naar het strand en zochten een strandtent op.

Er zat bijna niemand. We bestelden drankjes, bittergarnituur en nacho’s en zeiden ‘nou, daar zitten we dan’ en ‘gezellig’.

,,Ik vind het wel koud’’, zei ik en een uur later liepen we terug. Mijn vrouw en ik gingen op bed liggen lezen en zoons speelden Monopoly op de Playstation. Zij haalden patatjes met snacks bij wijze van avondeten, waarna we de rest van de avond binnen bleven.

Een uur na de beslissing van mijn vrouw hing de caravan achter de auto en reden we door de stromende regen huiswaarts, waar we tegen één uur aankwamen. Onze vakantie had nog geen 24 uur geduurd.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Columns