De man kijkt omhoog, naar een klok boven in het kozijn van een raam tussen de woon- en voorkamer in het huis van de man bij wie we op bezoek zijn. Hij herkent het tikken, want zijn opa en oma hadden precies zo’n klok.

,,Jij wordt nu dus bevangen door een enorm gevoel van weemoed’’, grap ik, maar dat blijkt, afgaand op zijn minzame lach, inderdaad het geval. Hij logeerde als kind wel eens bij zijn grootouders en overdag ging dat goed, dan bleek er genoeg leven in de brouwerij, maar ‘s avonds, als het stil werd in huis, kreeg de heimwee grip op de kleine jongen en het tikken van de klok versterkte dat.

Ik zeg dat ik exact dezelfde ervaring heb en ook ik denk, bij het horen van een oude klok, altijd aan mijn opa en oma.

Het kwam zelden voor, zo vaak gingen mijn ouders niet de hort op, maar een gevoel van eenzaamheid tijdens een logeerpartij overviel ook mij. En inderdaad: overdag niks aan de hand, want dan kreeg ik cassis van oma, speelde met autootjes, struinde rond in de garage van opa en mocht rabarber, besjes en een fruit dat kruudoarens heette, plukken.

Maar soms moest ik ‘s nachts plassen, of heel vroeg in de ochtend en dan ging ik de steile krakende trap af en liep door de lege kamer, waar het naar opa en oma rook, via de koude keuken naar het toilet en dan miste ik mijn ouders in dat doodstille huis, met als enige geluid het tikken van de koekoeksklok, die midden in de nacht, soms nét als ik er langs sloop, ook echt ‘koekoek’ zei.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Columns