Rosa Timmer

Column Rosa Timmer: Strafblad

Rosa Timmer

Ik kwam er zojuist achter dat ik al een meterslang strafblad had kunnen hebben. Hoe nauwkeurig ik al het coronanieuws ook volg, ik ben kennelijk toch niet helemaal op de hoogte van de regels. Ik heb laatst met twee mensen in de auto gezeten. Mag niet, had ons honderden euro’s per persoon kunnen kosten. Ik heb gezoend, veel ook. Verboden, want we voeren geen huishouding samen.

Het is geen kwestie van schijt hebben aan corona, het is een gruwelijke ziekte. Ik wist het oprecht niet. Ik las pas net dat er geen uitzondering gemaakt wordt voor mensen met een latrelatie. In overtreding dus.

We verslappen collectief. Bij een barbecue zag ik mensen elkaar een high five geven om te vieren dat het ding na een uur geklooi eindelijk aan was. Ze schrokken er zelf van. Vlak daarvoor hadden we nog met ontsmettingsdoekjes door het huis gelopen om elke deurklink die we hadden aangeraakt af te nemen. Zo netjes probeerden we het te doen.

Een andere vriendin vertelde me laatst met grote ogen dat ze ‘het’ had gedaan: ze had haar ouders een knuffel gegeven. Na maanden zonder. Eerst wilden ze het snel afkappen, maar toen besloten ze: als we het doen, dan maar goed. Ze zijn tientallen seconden in die zeldzame knuffel blijven hangen.

Ik heb mijn ouders al sinds ze in oktober naar Thailand gingen niet meer geknuffeld. Ze waren net terug in maart toen Rutte had afgekondigd dat we geen handen meer mochten schudden. Het is bijzonder hoe het verlangen om iemand aan te raken het langzaam begint te winnen van de opperste beschermingsdrang die ik al die tijd heb gevoeld. Wat te denken van de singles met ‘huidhonger’ over wie publicist Linda Duits sprak. Hoe voelen alleenstaanden zich met de kennis dat ze misschien nog wel een jaar niemand mogen aanraken?

Ik zou mezelf nooit vergeven als ik iemand aanstak terwijl ik het had kunnen voorkomen, laat staan als het mijn ouders betrof.

Maar het knelt. En het knelt. Tot het knapt.

menu