Veel dictatoren waren niet afkomstig uit de landen waar ze de baas over speelden: Alexander de Grote was geen Griek (en al helemaal geen Pers), Saladin was een Koerd, Napoleon kwam van Corsica, Stalin uit Ossetië en Hitler uit Oostenrijk.

Mussolini was een Italiaan, maar dat land is nooit echt een eenheid geweest (ook nu nog vergt het verbeeldingskracht je te realiseren dat Milaan en Palermo deel uitmaken van dezelfde natie).

Verontrustend is ook dat bijna alle alleenheersers begonnen zijn als kunstenaar. Caesar, overigens wel een volbloed Romein, schreef gedichten waarvan beweerd wordt dat het voor zijn reputatie gunstig is dat ze niet zijn overgeleverd, en proza, dat ook thans nog gelezen wordt; het Loeb-deeltje met zijn verslag over de Gallische oorlog is het meest verkochte uit die legendarische reeks.

Mussolini schreef romans, Stalin wilde aanvankelijk dichter worden, en Hitler verdiende, zoals iedereen weet, in zijn Weense jaren karig de kost met matige waterverfjes. Napoleon, die de afgelopen week twee eeuwen geleden stierf, mislukte als auteur van sentimentele liefdesgeschiedenissen, alvorens hij zijn ware talent ontdekte. Bovengenoemd verschijnsel zou de artistiekelingen onder mijn lezers te denken moeten geven (niet voor niets weerde Plato poëten uit zijn ideale staat).

Iedere keer sta je weer versteld van de jeugd van Napoleon. Hij is maar 51 geworden, en ‘vond zijn Waterloo’ – letterlijk – zes jaar daarvoor. Toen hij in 1799 een staatsgreep pleegde, was hij amper 30. Goed, Alexander was nog jonger – baas boven baas –, maar die had als koningszoon een vliegende start. Wanneer in onze dagen iemand op zijn 51ste doodgaat, beschouwt men hem als in de knop gebroken; ik denk aan de dichters Menno Wigman en kortelings Hafid Bouazza.

Wanneer in onze dagen iemand op zijn 51ste doodgaat, beschouwt men hem als in de knop gebroken

Napoleons carrière daarentegen maakt een afgeronde indruk, met opkomst, hoogtepunt en val. Daarna heeft hij nog zes jaar de tijd gehad om zijn eigen mythe te scheppen. De door hemzelf in ballingschap herschreven geschiedenis ( Journal de Sainte-Hélène ) heeft de kijk op zijn loopbaan goeddeels bepaald. Weliswaar poogde men in de honderdduizenden boeken die er nadien over hem gepubliceerd zijn, aperte onwaarheden te ontzenuwen, maar het in het begin bij het grote publiek gevestigde beeld van de onoverwinnelijke kleine korporaal is er niet noemenswaard door aangetast.

Dat komt ook doordat hij luidkeels vergoddelijkt werd door massaal gelezen influencers als Victor Hugo en Heinrich Heine, om slechts twee reuzen te noemen. Hij kon bij Heine geen kwaad doen, omdat hij in het bekrompen Duitsland van toen de ideeën der Franse revolutie verspreid had, en met name een eind had gemaakt aan de achterstelling van joden. Dat zijn niet te stillen veroveringszucht daarnaast ontelbare slachtoffers had gekost, werd hem minder aangerekend.

Het kon evenwel niet uitblijven dat door de tegenwoordig woekerende grondige herijking van het verleden ook vraagtekens bij de grootheid van Napoleon worden gezet. De emancipatie van de vrouw speelde een ondergeschikte rol in zijn wereldbeschouwing, en de keizer blijkt helemaal geen excuses voor de slavernij gemaakt te hebben. Dat kan natuurlijk niet, en er gaan stemmen op hem uit zijn mausoleum te doen verwijderen. Dat zal ‘m leren.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Columns