Wat me blijft verbazen is dat grote supermarkten ons met hun reclames willen doen geloven dat iedere landgenoot die het Nederlands elftal volgt tijdens een EK of een WK, alle wedstrijden met de hele buurt kijkt, daarbij bizarre oranje kledij draagt, negentig minuten schreeuwt en juicht of door de straat rent en zich vol gooit met bier, chips, en bitterballen.

Ik kan Frank Lammers, Thomas Acda en André Hazes junior nu al niet meer zien. Die vent in dat oranje pak, die zogenaamd door een Belgische straat wandelt, evenmin. Het beeld dat die supermarkten van ons hebben is ontluisterend. Alsof we gegrepen worden door de waanzin zodra er gevoetbald wordt.

We zijn een land geworden van Martien Meiland, Fred van Leer, Linda de Mol, Giel Beelen en Jort Kelder. Plat en smakeloos.

Het dieptepunt van die benadering naar ons is de reclame voor de Toto waarin Wesley Sneijder, ooit een wereldvoetballer, als een mal gabbertje door het beeld paradeert en tot overmaat van ramp zit Jack van Gelder er weer bij te schreeuwen.

Iemand die voetbal kijkt omdat hij van voetbal houdt krijgt die tenenkrommende bagger een keer of tien per dag voor de kiezen.

Het is niet meer te doen.

Ik geloof onmiddellijk dat er supporters zijn die zich elke keer nat en vuil maken bij een wedstrijd van Oranje, maar de meeste landgenoten zitten net als mijn vrouw en ik gewoon rustig op de bank te kijken en zeggen na afloop hooguit: ,,Tja...’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Columns