Witte wolken op een blauwe lucht, koolzaad in bloei, eend in de sloot. Het is vrijdagochtend, ik rij naar het werk en de zon schijnt. Ik hoor een lied dat past bij wat ik zie en ik ben blij te zijn waar ik ben, in het noorden, in een hoekje Nederland.

Het is werkelijk een stralend begin van de laatste werkdag van een week waarin het totaal niet wou. Moe, lamlendig, somber.

,,Raar dat je niet weet wat dat dan is’’, verzuchtte ik.

,,Apart, ja’’, beaamde mijn vrouw, die er net zo in zat.

Misschien kwam het door het weer. Want het regende en vorig jaar ‘om deze tijd’ was het warm. Heel warm en heel droog.

,,Als je hier niet depri van wordt...’’, zegt ze, kijkend naar buiten.

,,Voor de plantjes en zaadjes is dit dus knap waardeloos’’, vul ik aan, ,,te nat en te koud. Wordt ook weer niks.’’

De stralende zon op vrijdag doet echter iets met mij. Het koolzaad besluit voor mij dat ik zaterdag niet binnen wil zijn om te verven, maar naar buiten moet. In de tuin en zo.

Zo’n dag dat je wat aanklooit. Je doet niet veel, maar ook niet niks. Dingetjes. Auto wassen, iets snoeien, ergens schroeven in draaien, een vermikkie maken.

Dat zei de directeur van de mavo eens, toen ik bij hem moest komen, geen idee waarvoor.

,,Ken je dat niet, een vermikkie ?’’

Ik had geen idee. Eigenlijk nog niet. Maar, nou ja, dat. Maakt niet zoveel uit vandaag, gewoon beetje doen, in de tuin, buiten wezen.

Tenminste, als het droog blijft.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Columns