Bijna niets heeft zoveel afbreuk gedaan aan het vertrouwen van de inwoners van Groningen in de overheid, als de manier waarop hun aardbevingsschade de laatste vijf jaar is afgehandeld.

Duizenden gedupeerden die probeerden hun malheur vergoed te krijgen, werden geconfronteerd met een taaie bureaucratie en een zwerm schade-experts, die vaak meer oog hadden voor de belangen van hun opdrachtgevers dan van de getroffen bewoners.

De inzet van de overheid, de mede-schadeveroorzaker, leek in deze periode niet om Groningers recht te doen, maar vooral om de kosten niet te veel te latern oplopen. Het Rijk keek de andere kant op en hoopte zo tijd te kopen.

Vanaf vandaag komt daar hopelijk eindelijk verandering in als de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade, het schadeloket dat alle schade vanaf 31 maart 2017 moet afhandelen, bekend maakt hoe schades voortaan worden opgelost. De verwachtingen over de nieuwe werkwijze zijn hooggespannen. Er ligt inmiddels een berg van dik 13.000 schadeclaims op de plank.

Cruciaal voor het herstel van het gebutste vertrouwen in de overheid is dat de club onder leiding van Staatsraad, hoogleraar en oud-advocaat Bruno van Ravels vlot, rechtvaardig en transparant schades afwikkelt.

De middelen daarvoor verschaft het nieuwe schadeprotocol, waarin is geformuleerd dat de staat op ruimhartige wijze verantwoordelijkheid neemt voor de schadeafhandeling. De NAM, het ministerie van Economische Zaken en het Centrum Veilig Wonen staan volledig buitenspel. Er is geen sprake meer van een schadecontour: iedereen kan zijn schade melden. Elke schade wordt op zijn eigen merites beoordeeld door onafhankelijke deskundigen.

Bovendien wordt het bewijsvermoeden toegepast, waardoor de commissie geen onderzoek hoeft te doen wanneer mijnbouwschade aannemelijk is. Daardoor kan het schadeloket snel meters maken. Een geruststellende gedachte, zeker in de wetenschap dat ondanks voornemens de gaskraan dicht te draaien de aarde nog lang niet tot rust is gekomen.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Meningen
Opinie
Opinie