Commentaar: Coverbands? De vraag van het nostalgisch ingestelde publiek is groter dan ooit

The Analogues, voor de Abbey Road Studio in Londen. Foto: Daniel Burdett

Het was afgelopen zondag een grap tussendoor in de toch al erg grappige late night talkshow Promenade . Tijdens de Uit-agenda begon vaste gast Eva Crutzen over ‘talloze bekende Nederlanders die zonder enige vorm van opleiding meteen, bam, naar grote zalen in de theaters gaan en nog uitverkopen ook’. Daarna verschenen Björn en André Kuipers, Robèrt van Beckhoven, Maarten van der Weijden, Wim Daniëls en Femke Halsema in beeld.

Theatercolleges, ze vormen niet eens de meest dominante trend in de theaters. Want daarnaast worden de podia, ook in deze regio, overspoeld met muzikanten en groepen die de zalen vol krijgen met het naspelen van repertoire dat door andere muzikanten en groepen is geschreven en populair gemaakt.

We noemen de Dutch Eagles, singer-songwriter Sioen die Paul Simon speelt, Def Americans die Johnny Cash doen, The Wieners met Everly Brothers, The Analogues met Abbey Road van The Beatles, de Nederpop Allstars, een gezelschap dat zich Legendary Albums noemt en Sticky Fingers van de Rolling Stones speelt, The Fortunate Sons die Creedence Clearwater Revival eren.

Demografisch en economisch is het allemaal verklaarbaar. De echte artiesten zijn vaak dood of anderszins onbereikbaar, maar de vraag van het nostalgisch ingestelde publiek is groter dan ooit. Tegelijkertijd moeten theaters aan het einde van het seizoen goede cijfers overleggen. Dat gaat eenvoudiger met het binnenhalen van kwalitatief deugdelijke namaak dan met het programmeren van origineel maar vooralsnog onbekend werk.

Achteromkijken heeft ook nadelen. Waar in gesubsidieerde theaters vooral coverbands en college-BN’ers staan, kunnen geen theatermakers, muzikanten en groepen met zelf bedacht werk optreden. Met als gevolg dat het publiek geen kennismaakt met nieuwe namen en fris repertoire. Zodat de culturele aanwas stokt. Zonder investeringen geen toekomstige mogelijkheden.

‘Kwaliteit is kennelijk het onbeduidende zusje geworden van kwantiteit’, klaagde gastheer Diederik Ebbinge in het te matig bekeken Promenade . Ook in die grap schuilt een kern van waarheid. Wat het publiek doet, moet het publiek weten. Maar theaterprogrammeurs hebben een taak en verantwoordelijkheid. Iets meer lef, inspanning en verheffing kan geen kwaad.

menu