Commentaar: FNV en cao's

Foto: ANP

De FNV vreest dat de coronacrisis de werknemers ook in hun loonzakje treft. De vakbond klaagt dat werkgevers de virusellende misbruiken in de cao-onderhandelingen. Sinds de uitbraak van Covid-19 zijn er volgens de FNV nauwelijks meer afspraken te maken over salarisverhoging, meer vaste banen, een hoger minimumloon, eerder stoppen met werken of arbeidsduurverkorting.

Voor de onderhandelaars van de vakbond begon dit jaar onder het gunstige gesternte van een florerende economie. Dat maakte de werkgevers voldoende welwillend om loonsverhogingen tot wel boven de 3 procent af te spreken. In september bleek al hoe zeer die trend na het uitbreken van het coronavirus was omgebogen, met name in de marktsector. Het aantal sinds de uitbraak afgesloten cao’s was op dat moment nog schaars, maar dat gold ook voor de gemiddelde loonsverhoging: 1,1 procent.

Het is op zich logisch dat de coronacrisis de werkgevers behoedzaam maakt. Dat geldt zeker voor de keihard getroffen sectoren als de horeca. Ook voor andere branches die minder van de beperkende maatregelen hebben te lijden, past enig begrip voor terughoudendheid. Het is immers maar afwachten hoe de economie na de crisis en na afloop van de overheidssteun voor werkgevers, zich houdt.

Uitgezonderd in die sectoren waar de nood heel hoog is, past de FNV evenwel doortastendheid. Ook na de vorige crisis waren werkgevers te lang te angstig voor een nieuwe economische dip. Daardoor bleven te lang de loonsverhogingen uit die nodig waren voor het krachtige economisch herstel.

De trend in Nederland is al decennia dat er van elke verdiende euro een steeds kleiner aandeel bij de werknemers terecht komt. Het is niet alleen vanuit het oogpunt van hun belang dat waar mogelijk de lonen worden verhoogd. Koopkracht en consumentenvertrouwen zijn van groot belang voor de economie, juist nu die door de corona-optater ernstig is verzwakt.

Daarom moet de FNV weerwerk bieden aan de op zich begrijpelijke aarzeling van de werkgevers, in elk geval in bedrijfstakken als supermarkten en de metalektro waar de zaken doorgaans goed gaan. Daarmee dient de vakbond niet alleen de werknemers, maar ook het bredere belang van de economie.

menu