Commentaar: Hoogst ongepast als Tweede Kamer niet het laatste woord krijgt over de deal tussen minister Wiebes en Shell en ExxonMobil

Minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat). Foto: ANP

Minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat) heeft het aan de stok met Shell en ExxonMobil. De aandeelhouders van de NAM eisen van het rijk een financiële compensatie voor het vervroegd beëindigen van de gaswinning in 2022. De multinationals en de VVD-bewindsman worden het niet eens over het bedrag. Reden waarom ze hun geschil nu voorleggen aan een arbitragepanel.

Mogelijk staan ExxonMobil en Shell geheel in hun recht. Vooralsnog echter hebben ze de schijn tegen. Wiebes gaf de concerns in december een voorschot van 90 miljoen euro. De Algemene Rekenkamer was daar vorige week zeer kritisch over. Die had niet kunnen achterhalen hoe dat bedrag was opgebouwd en berekend.

Eerder mopperde de Tweede Kamer al over ‘het gedoe in achterkamertjes’ dat heeft geleid tot de geste van de minister. Het Groninger Kamerlid Henk Nijboer (PvdA) stelde dat de bewindsman de Tweede Kamer er toestemming voor had moeten vragen.

Het gaat nu kennelijk om nog meer geld. Het ligt voor de hand dat de vergoeding niet alleen politiek, maar ook maatschappelijk gevoelig ligt. Shell en ExxonMobil hebben decennialang veel geld verdiend aan het gas uit het Slochterenveld. De aardschokken en alle verwante ellende die dat tot gevolg heeft gehad, zijn zeker in Noord-Groningen niet zonder gevolgen gebleven voor hun reputatie. Dat maakt het te meer noodzakelijk dat er een gedegen verantwoording komt voor de reden en de omvang van een vergoeding.

Dat er nu een onafhankelijke arbitrage komt, draagt mogelijk bij aan een proportionele uitkomst van het geschil. Het mag echter niet bij die aanname blijven. Het rumoer rond het voorschot van 90 miljoen onderstreept dat de uiteindelijke vergoeding beter moet worden verantwoord.

Behalve Wiebes, moeten ook Shell en ExxonMobil zich realiseren dat ze hun zaakjes niet achter gesloten deuren kunnen regelen en een akkoord niet slechts de instemming van de drie onderhandelingspartners behoeft. Het zou hoogst ongepast zijn als de Tweede Kamer niet het laatste woord krijgt over de uiteindelijke deal tussen de minister en de ‘olies’.

menu