Commentaar: Huisbezoek bij Rob Jetten ongepast

D66-fractievoorzitter Rob Jetten wordt door leden van Farmers Defence Force thuis opgezocht.

Op de meeste foto’s die woensdagavond gemaakt zijn lijkt Rob Jetten te lachen, maar van harte is het niet. En dat lag niet aan het coronavirus waarmee de politicus besmet is, maar aan het feit dat enkele leden van de Farmers Defence Force hem thuis opzochten om hem een voedselpakket te overhandigen.

Wellicht hadden ze de beste bedoelingen, die vijf boeren, maar zo kwam het niet over op de fractieleider van D66 in de Tweede Kamer. De boodschap van dit bezoek leek voor hem ook en vooral: ‘Wij weten waar je woont en wij zoeken je op als wij daar zin in hebben’. Niet zo gek, gelet op eerdere acties van de groep. Rob Jetten is niet blij met de afgegeven boodschap, sterker nog: hij overweegt zelfs om aangifte te doen.

Of dat laatste verstandig is, kun je betwijfelen, maar Jettens behoefte om zijn privésfeer te beschermen is volstrekt gerechtvaardigd. Boerenvoorman Bert Kemp van Agractie zegt dat overdreven te vinden: ,,Als politicus ben je een publiek persoon, het hoort erbij”, oordeelt hij. Het was ook immers slechts een ‘ludieke actie’.

Punt is dat we de laatste maanden in de media getuige geweest zijn van veel te veel acties die door de actievoerders wellicht als ludiek ervaren werden, maar door de slachtoffers niet. Je kunt denken aan eerdere boerenacties, maar het meest stuitende voorbeeld is natuurlijk de manier waarop een groep boze mensen Kamerlid Pieter Omtzigt achtervolgde door de straten van Den Haag. Een van de volgers benadrukte dat ze slechts een vraag wilde stellen, maar in werkelijkheid ging het om naargeestige intimidatie.

Politici zijn geen publiek bezit, ze werken met het mandaat van het publiek voor de publieke zaak en dat is heel wat anders. En om de zoveel jaar kunnen ze in alle vrijheid op hun daden beoordeeld worden met een wapen dat het rode potlood heet. Bovendien, het staat eenieder die meent dat hij of zij het beter kan doen dan de zittende raads-, Staten- of Kamerleden, vrij om een partij op te richten, zichzelf te kandideren en vervolgens bij electoraal succes de plaats in te nemen van de in hun ogen falende ‘zakkenvullers’. Voor het overige heb je van hen af te blijven en te respecteren dat ook zij behoefte aan een privéleven hebben, zeker in hun eigen huis.

menu