Commentaar: Iedere vorm van cultuursteun is hard nodig (ook al is het niet genoeg)

Singer-songwriter Isa Zwart tijdens een optreden in VanSlag in Borger, in januari dit jaar. Mogelijk krijgen gemeenten geld van het rijk om ook kleinere cultuurinstellingen door de voor de cultuursector desastreuze coronacrisis te trekken. Foto: Sijtze Veldema

Een storm van kritiek kreeg minister Ingrid van Engelshoven begin april over zich heen omdat ze te weinig zou doen om de kunst- en cultuursector door de coronacrisis te helpen. De kritiek werd nog heviger toen ze half april 300 miljoen euro aankondigde om de nood te ledigen. Een schijntje werd het genoemd, een miskenning, helemaal vergeleken met de steun van haar collega’s voor sectoren die veel minder banen, minder consumptie en minder maatschappelijk nut opleveren.

Onder die donkere wolken gaat zaterdag een ‘ketendemonstratie’ van start waarbij kunstenaars en BN’ers – wat twee verschillende beroepsgroepen zijn – een week lang middels videoboodschappen vragen om bredere financiële ondersteuning vanuit de politiek. De actie moet zorgen voor ‘bewustwording dat cultuur geen vrije tijd is, maar van levensbelang’. Onder anderen Claudia de Breij, Irene Moors en producent Fred Boot doen mee.

Woensdag presenteerde minister Van Engelshoven de uitwerking van haar steunplannen. In een brief herhaalt ze dat het toegezegde extra geld bedoeld is om door de ‘financieel zware eerste maanden’ heen te komen en te investeren voor het volgend seizoen. Verder wijst ze erop dat regelingen als de TOZO, de NOW en TOGS ook bedoeld zijn voor de culturele en creatieve sector. Kortom: de bekritiseerde steun is meer dan 300 miljoen euro.

Veelbelovend is een zin over de vitale regionale infrastructuur, cultuurinstellingen die bij gemeenten en provincies hebben aangeklopt om hulp: ‘Het kabinet is in gesprek met mede-overheden over compensatie voor de periode maart tot 1 juni’. Hiermee wordt de deur op een kier gezet voor het bijvullen van de lege gemeentekassen. Zodat, bijvoorbeeld, de gemeente Borger-Odoorn niet alleen het Hunebedcentrum maar ook het noodlijdende podium VanSlag kan redden.

Ondertussen is de nationale coronaschade voor de kunst- en cultuursector zo groot dat niemand nu reeds een reëel beeld heeft van de omvang en gevolgen op termijn. De minister niet, de oppositie niet, de actievoerende kunstenaars niet en ook het publiek niet. Met elke dag die voorbij gaat, lijkt het probleem ingewikkelder. Zolang dat het geval is, is iedere extra steunmaatregel welkom, zelfs al schiet deze vooralsnog tekort.

menu