Commentaar: Lelylijn is probaat middel tegen krimp in Noord-Nederland

Het Gronngse platteland. Het Noorden doet er goed aan een eigen beleid te voeren tegen krimp. Shuttterstock

Het is goed dat de drie noordelijke provincies specifiek het oog houden op de krimpproblematiek.

Dat blijkt uit de verlenging van de bijzondere leerstoel Bevolkingsdaling en Leefbaarheid aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Het is geen overbodige luxe. Nog steeds is het een hele toer om in dunbevolkte gebieden waar de vergrijzing toeslaat en talentvolle jongeren wegtrekken, voorzieningen overeind te houden.

 Tegelijkertijd is het goed om daar geen kommer en kwel verhaal van te maken. De kwaliteiten van het platteland die in coronatijd opdoemen, zoals rust en ruimte, verdienen het om benadrukt te worden.

Bijzonder hoogleraar Bettina Bock onderzoekt de komende vijf jaar de kansen en mogelijkheden voor de leefbaarheid in krimpgebieden als Oost-Groningen, Eemsdelta, Het Hogeland, en Zuidoost-Drenthe en Noordoost-Fryslân.

Wat we zien is dat in die regio’s de veerkracht toeneemt. Daar waar nodig proberen inwoners steeds vaker met vereende krachten dorpshuizen, lokaal vervoer, culturele activiteiten en ook de zorg voor elkaar overeind te houden. Gebieden waar niet alles vanzelfsprekend is, hebben noaberschap hoog in het vaandel staan. De nuchtere en hier en daar ook rauwe kijk op de werkelijkheid zorgt ervoor dat noorderlingen niet snel ‘van de mik’ zijn.

Tegelijkertijd neemt de welvaartskloof tussen stad en platteland, en dan in het bijzonder de grensregio’s wel toe. Het Sociaal Cultureel Planbureau heeft daar al verscheidene keren aandacht voor gevraagd bij kabinet en Tweede Kamer.

Het zou goed zijn als het Noorden vanuit eigen kracht en zelfbewustzijn zelf oplossingen blijft aandragen voor de eigen ontwikkeling. Maar ook voor de problemen elders in het land. Denk aan de coronacrisis die eens te meer duidelijk maakt dat je in veel gevallen niet in de Randstad hoeft te wonen om je werk te doen.

Als thuis werken het ‘nieuwe normaal’ wordt, staat niets levendig verkeer tussen het Noorden en de rest van het land in de weg. Los van de prachtige kleine initiatieven die hier zijn om in krimpregio’s de leefbaarheid overeind te houden, moet Noord-Nederland vol gaan voor het grote werk. Zo is de treinverbinding tussen Amsterdam en Leeuwarden/Groningen nog steeds van een bedenkelijk niveau. Landsdelen sociaal en economisch dichter bij elkaar brengen moet een Haagse opgave zijn. De Lelylijn zou een stap in de goede richting zijn.

 

menu